Algerije -  14 april 2003 t/m 24 april 2003
|
|
| Doofpotten -In Guezzam- | |
| De volgende ochtend is het druk bij de douane. Er is een grote groep vrachtauto’s gearriveerd. Na twee uur van voornamelijk wachten kunnen we dan verder naar de grensplaats In Guezzam die tien kilometer verderop ligt. Daar hopen we een militair escorte te kunnen regelen. Bij de politie wordt ons verzoek aanvankelijk weggewuifd. ‘Problemen? U bedoelt de verdwijningen? Die mensen zijn gewoon verdwaald!’, is de eerste reactie van de politie. In overleg met Jessica, Pascal en ons besluit Helmut zijn ambassade te bellen, die hem al had gezegd niet te vertrekken zonder escort. Nu de ambtelijke |
|
|
|
molens in beweging gaan komen, rest ons niets meer dan
te wachten. De rest van de dag bestaat uit inkopen doen, eten en op gezette
tijden langsgaan bij de politie. Telkens horen we hetzelfde verhaal. ‘We
wachten op een order uit Algiers (de hoofdstad) pas dan kunnen we iets
doen.’ Ondertussen proberen we diesel te kopen bij het enige tankstation dat In Guezzam rijk is. “De stroom is uitgevallen meneer, dus kunnen we geen diesel leveren. Misschien straks of morgen”. In eerste instantie lijken onze pogingen om diesel te krijgen tevergeefs. Dan stopt er een grote vrachtwagen. De chauffeur krijgt hetzelfde verhaal te horen als wij, maar ontsteekt in woede. Veel gediscussieer en geschreeuw later krijgt de man diesel! Meteen zitten we er bovenop en dringen bij de bediende van het tankstation aan op diesel, |
| omdat we anders de vierhonderd kilometer naar
de volgende stad, Tamanrasset, niet kunnen overbruggen. Zuchtend geeft
de man zich gewonnen en roept een knecht erbij, die ons met de handpomp
van diesel voorziet. Als de avond valt zoeken we een kampeerplek net buiten het stadje. Regelmatig komt de politie langs om te vragen of alles goed is. Zo veilig hebben we lang niet meer gestaan! Na een heerlijke nacht gaan we weer met zijn allen naar de politie. Opnieuw horen we hetzelfde verhaal. Jessica en Pascal bellen hun ambassade die met klem afraadt zonder begeleiding te vertrekken. Buiten In Guezzam bouwen we een relax-kampje met behulp van touwen en dekens. Hier kunnen we lekker eten en slapen, beschut tegen zon en wind. Tegen de avond besluiten we het over een andere boeg te gooien. We vertellen de politie dat we de volgende ochtend vertrekken, met of zonder konvooi. Zonder antwoord af te wachten, rijden we naar onze slaapplek. Nog voor het donker komt er een politiewagen. ‘Morgenochtend vertrekt het wekelijkse vrachtkonvooi om zes uur. Jullie kunnen mee.’ Dit maakt de hete en winderige dag weer helemaal goed. |
|
|
|
|
Van het eind van de wereld naar het paradijs -In Guezzam, Tamanrasset- |
|
| De volgende ochtend worden we op het afgesproken tijdstip opgehaald door de politie. Een prachtige rit door vierhonderd kilometer zand, rotsen en hitte volgt. Een paar keer stopt het konvooi omdat een vrachtwagen vast is gereden. De politie houdt ons op een halve kilometer afstand van de vrachtwagens. We worden wel uiterst vriendelijk behandeld en met zorg omgeven. Als we zelf vast komen te zitten, komt er meteen een politiewagen terug gereden. De agenten stellen goedkeurend vast dat we ons prima redden in de woestijn. Laat in de middag wordt het landschap bergachtiger. De piste zelf bestaat steeds vaker uit diep en mul zand. Opnieuw hebben we de grootste moeite om er doorheen te komen. | |
| Ineens staan we op asfalt. We hebben de asfaltweg naar Tamanrasset bereikt! Onze blijdschap hierover is van korte duur. Achtereenvolgens smelten en stollen heeft de weg veranderd in een rimpelige massa met de nodige gaten erin. De politie en de vrachtwagens nemen pistes om deze weg te vermijden! De rit gaat verder door uitgedroogde rivierbeddingen en stoffige valleien. Dan staan we weer op asfalt, ditmaal van uitstekende kwaliteit. Korte tijd later nemen we enigszins geschokt de contouren van een heuse stad waar. Een moment later rijden we door een met palmbomen omzoomde straat, met strepen, drempels en verkeerslichten! Overdonderd door deze ervaringen nemen we met Jessica, Pascal en Helmut een drankje op een zonnig terrasje in Tamanrasset. |
|
|
|
|
| In Tamanrasset blijven we een paar dagen. Het is een sfeervolle en mooie stad. We merken dat mensen blij zijn ons te zien. Door de ontvoeringen zijn er namelijk weinig toeristen meer in de stad. De inkomsten worden gemist maar zeker ook het contact met reizigers uit de hele wereld. De gemiddelde Algerijn staat vreedzaam in het leven! | |
|
Een glimp van het mooie Algerije -van Tamanrasset naar Tunesië- |
|
| Men vertelt ons, dat er zondag een konvooi vertrekt naar In Salah, de volgende stad. Meteen de volgende dag zou vanuit In Salah een aansluitend konvooi naar El Meniaa gaan. Over de plaats van vertrek bestaat onduidelijkheid: bij het vliegveld of aan het begin van de weg daarheen. Op zondag is op het hele stuk van stad naar vliegveld geen konvooi te bekennen. Bij de politie horen we dat er een vrachtwagen kapot is en dat het konvooi misschien morgen vertrekt. Overleg met Helmut, Jessica en Pascal levert de conclusie op dat het beter is vandaag te vertrekken om op tijd te zijn voor het konvooi vanuit In Salah. Bovendien stoppen we dan voor de veiligheid alleen in de buurt van controleposten van het leger. | |
|
|
| Ter gelegenheid van Eerste Paasdag deelt Helmut beschilderde
eieren uit, waarna we snel beginnen met de rit naar In Salah. Een lange,
warme rit langs rotsmassieven, zandzeeën en een enkele oase volgt.
In de schemering wachten we allemaal, zonder dat dit afgesproken is, heel
lang met het inschakelen van onze verlichting. Kort voor het donker komen
we aan in In Salah. Deze stad is de heetste in Algerije: de temperatuur
kan er oplopen tot 56 graden celsius in de schaduw. Er komen vaak zandstormen
voor en een grote zandduin dreigt de stad in twee delen te splijten. We
zijn de enige gasten op camping Zribat, die gerund wordt door een lange
Touareg man. Hij verontschuldigt zich voor de beperkte beschikbaarheid
van water. De watertoevoer is een paar uur geleden uitgevallen en nu is
er nog alleen water in emmers. Het valt ons verder op dat de man erg nerveus
is. Later wordt duidelijk waarom: Duitse vrienden van hem zijn in Algerije
en hij heeft al lang niets meer van ze gehoord. Hij vreest dat ze bij
de ontvoerden zijn. Een paar keer vraagt hij ons of we ze gezien hebben,
maar tot onze grote spijt kunnen we zijn ongerustheid niet wegnemen. Later
treffen we de man nog in zijn restaurant in het centrum van In Salah en
zien we dat hij weer wat tot rust is gekomen. We eten een lekkere maaltijd
met salade, gegrilde kip en friet! Van de politie ter plaatse horen we dat er helemaal geen konvooi gaat. Unaniem besluiten we om de volgende dag zelf naar El Meniaa te rijden. We doen inkopen op de markt van In Salah en vertrekken. De route naar El Meniaa was vroeger de schrik van de Sahara reiziger. Nu er asfalt ligt is het gemakkelijker geworden maar nog altijd is deze route onprettig. Hij loopt over het Plateau du Tademaït, een hoogvlakte waar vrijwel altijd een harde hete wind staat, wervelwinden het zand tot grote hoogte doen opstuiven en waar 200 kilometer lang hetzelfde landschap voorbij trekt. |
|
|
|
|
| Aan het einde van deze vlakte worden de inspanningen fors
beloond. De weg duikt tussen enorme zandduinen door een uitgestrekte oase
in. Hier ligt El Meniaa, een plaats waar volgens de Algerijnen het lekkerste
bronwater uit de grond komt. In deze stad slapen we op een vieze camping
met een vriendelijke eigenaar. De stad zelf maakt een vreemde indruk.
Er zijn nauwelijks vrouwen op straat. Degene die er lopen, gaan vrijwel
volledig gesluierd in het zwart. Ze nemen de wereld waar door een driehoekje
van enige centimeters grootte. Heel anders dan in Tamanrasset in het uiterste
zuiden van Algerije, waar we vrouwen zonder hoofddoek hebben gezien! Na El Meniaa is er geen risico meer op overvallen. We gaan met Helmut door naar Ghardaia; Jessica en Pascal gaan meteen een stad verder. Ghardaia is de stad van de Mozabieten, een strenggelovige islamitische sekte, die echter als zeer tolerant jegens andersdenkenden bekend staat. In deze stad lopen vele vrouwen op straat die bovendien aanzienlijk vrijer gekleed gaan dan in El Meniaa. Enkele delen van de stad, waar de oude moskeeën zijn, zijn voor niet-moslims alleen overdag toegankelijk. Ghardaia maakt geen strenge indruk. De stad is schoon en mooi en er zijn vele fastfood restaurants en internetcafés. Andres verkent met Helmut de Medina en eet een echte Algerijnse pizza. |
|
|
|
| Vanaf Ghardaia rijden we via Ouargla, Touggourt en El Oued naar Tunesië. We hebben nog erg veel Algerijnse dinars over. Het is verboden om dit geld uit te voeren, maar in El Oued willen de bankmedewerkers niets wisselen zonder een officieel bewijs dat we de dinars in Algerije verkregen hebben. En onze dinars hebben we zwart gewisseld in Niger! Met knikkende knieën rijden we naar de grens. Als ze onze auto doorzoeken of vragen naar officiële wisseldocumenten lopen we de kans dat het Algerijnse geld wordt gevonden. In het kantoortje bij de douane treffen we twee douaniers, waarvan er een erg vriendelijk is maar de andere erg autoritair. De vriendelijke beambte neemt onze paspoorten in en bestudeert ze aandachtig. Net als hij de paspoorten terug wil geven, komt de andere douanier erbij. Een onverstaanbare discussie volgt. De autoritaire beambte gebaart dat we naar buiten moeten komen. Hij wil de auto doorzoeken. In de cabine is hij snel klaar. De achterklep wordt geopend. Aandachtige blikken in de laadruimte. “Wat zit er in die jerrycans?” “Diesel”, antwoorden we, niet beseffende dat de in- en uitvoer van brandstof ook verboden is! Er wordt gebaard dat de klep weer dicht kan. “Goede reis”. We weten niet hoe snel we in de auto moeten stappen en kunnen onze opluchting nauwelijks verbergen! De slagboom gaat omhoog en vriendelijk zwaaiend rijden we Algerije uit. | |
| Home Marokko Mauritanië Senegal Mali Burkina Faso Ghana Togo Benin Niger Algerije Tunesië |
|