Ghana  -  29 januari 2003 t/m 3 maart 2003

 

Wereldse besprekingen -Navrongo, Bolgatanga, Tamale, Kumasi-
De grensovergang Burkina Faso/ Ghana verloopt gratis en zonder problemen. Aan Ghanese zijde valt ons de bureaucratie op. Voertuiggegevens moeten nauwkeurig genoteerd en gecontroleerd worden waardoor we continue tussen kantoortjes en onze auto heen en weer lopen.
Onder een strakblauwe hemel rijden we temidden van dor geel en stoffig rood zuidwaarts. Er zijn nog zo’n 500 kilometer Sahel te overbruggen alvorens we in tropisch groen komen. Bij een politiepost doen vier paar strenge ogen en bulderende stemmen ons haastig op de rem trappen. Met onze papieren lopen we bedaard naar de agenten. ‘Wat komen jullie in Ghana doen?’, vraagt er een. ‘We komen voor de natuur. Bijzondere dieren, planten, regenwoud.’ Ontevreden en autoritair herhaalt de agent zijn vraag ons ondertussen strak aankijkend. Een van de andere agenten zit met zijn geweer te spelen. ‘Euh… Om andere culturen te leren kennen’, proberen we. ‘Maar WAT komen jullie in Ghana doen?’ Driemaal dezelfde vraag, dat hebben we nog nooit meegemaakt! Koortsachtig zoeken we naar het juiste antwoord. Wat wil die man horen? ‘We komen om Afrika met onze eigen ogen te zien’, wagen we. ‘We horen er in Europa veel negatieve verhalen over.’ De hoofdagent veert op en schuift een bankje naar voren. ‘Zit! Vertel eens wat jullie van Afrika vinden.’ Geboeid luisteren de agenten naar wat we te vertellen hebben. Na een half uur serieuze conversatie over de voor- en nadelen van kapitalisme en socialisme nemen we afscheid zonder dat er in de papieren is gekeken.
We rijden over de overwegend goede asfaltweg verder. Dit maakt het rijden hier eerder gevaarlijker dan veiliger. Ghanese taxichauffeurs scheuren over de wegen en overbeladen vrachtwagens komen bijna op twee wielen door de bocht. We snappen niks van hun roekeloze rijgedrag want overal langs de kant van de weg zien we de autowrakken liggen. Er is geen twijfel over mogelijk dat langs deze weg heel veel doden vallen.
Tussen Tamale en Kumasi zien we de rood-gele droge savanne overgaan in een groene tropische omgeving. Het begint met poelen langs de kant van de weg, al gauw ook gras tussen de huisjes; het eerste groen wat we zien. Voor we er erg in hebben is al het rood verdwenen en groeien sappige jonge boompjes langs de kant van de weg. Van regenwoud kunnen we helaas niet spreken. Enkele hoge bomen zijn de overblijfselen van wat eens een dichtbegroeide jungle geweest moet zijn. De toenemende bevolking en de daarmee gepaard gaande vraag om hout heeft in dit deel van Ghana grote delen regenwoud verminkt. Desondanks genieten we na twee volle maanden dor bruin, rood en geel van het groen om ons heen dat alles lijkt te kleuren.

 

Afrekenen met het verleden -Cape Coast Castle-

Omdat we na de bijenaanval een sterke behoefte voelen om aan de zee vakantie te vieren, rijden we via Tamale en Kumasi snel zuidwaarts. Laat in de middag komen we aan in Cape Coast. Na een korte rondrit door dit stadje met zijn smalle straten, beroemde forten, enkele souvenirwinkel en alles overheersende vislucht weten we dat een kampeerovernachting waarschijnlijk een probleem gaat worden. We parkeren de auto bij een café-restaurant om onder het genot van een drankje te bekijken wat we willen en kunnen doen. Ons gidsboek biedt geen


Cape Coast Castle

uitkomst maar de ober wel… “Jullie kunnen de wagen toch gewoon naast het kasteel zetten?”, oppert de man alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. “En er staat een bewaker dus het is veilig”. Nou, dat is mooi geregeld!
De golven van de Atlantische Oceaan, die ons ook al in Mauritanië begroette, slaan woest tegen de rotsen in zee. Schuimkoppen rollen over een lager gelegen strand waar kinderen in alle onschuld kunstjes aan elkaar laten zien. Daarnaast hogerop, op een uitstekende landtong, staat Cape Coast Castle. We vragen ons af of deze vermoedelijk ongeschoolde kinderen iets van de geschiedenis van dit kasteel afweten.
Die nacht slapen we naast het kasteel dat een Unesco World Heritage monument is. ’s Nachts schudt ons huisje als op de deiningen van de zee. Water klotst tegen de auto. Half slaapdronken worden we wakker. Het schudden wordt heviger en er klotst meer water tegen de wagen. Dit is geen droom, dit is werkelijkheid! ‘Guard, wat is er aan de hand?’, roepen we door de schemering. ‘Ik was uw wagen’, luidt de respons. We verzoeken hem ermee te stoppen maar er komt geen reactie. “Typisch Afrikanen”, denken we bij onszelf en bespeuren gelijktijdig ons inmiddels bekende gevoel van onvermogen om met deze mensen op een begrijpelijk niveau te communiceren. De guard wast onbekommerd verder. Vermoedelijk slooft hij zich uit om wat extra geld te vangen. Bovendien is om zes uur zijn dienst afgelopen en dan wil hij klaar zijn. We duimen dan maar dat hij geen zeewater heeft gebruikt en doen door al het geschud en geklots geen oog meer dicht. De dag is vroeg begonnen.
Na een eenvoudig doch smakelijk ontbijtje in het restaurantje, waar we dankbaar gebruik maken van de wc maar voor de smerige douche bedanken, duikelen we terug in de tijd als we Cape Coast Castle binnen lopen. Hier liepen velen voor ons. Moe, blootsvoets, een lendendoek om het middel, geketend, geslagen als ze niet doorliepen. Nooit eerder uit hun vertrouwde dorp geweest misschien. Slaven.
Vanuit de binnenlanden stuurden de plaatselijke dorpshoofden mannen en vrouwen naar de forten waar ze door de blanken als beesten in donkere kelders zonder sanitaire voorzieningen werden bewaard, in afwachting van hun vertrek naar hun nieuwe leven elders, mits ze de onmenselijke omstandigheden en een barre bootovertocht wisten te overleven. We bekijken de documentatie in het museum van het kasteel, raken voorzichtig de kettingen aan waarmee ooit slaven aan elkaar geketend zaten en kunnen in de kelders een halve meter boven de grond nog net een vuile streep onderscheiden. Tot zo hoog moeten menselijke uitwerpselen gelegen hebben. Hier zijn geen woorden voor.
De weg naar Accra loopt langs de kust door een landschap waarin akkertjes en plukjes regenwoud elkaar afwisselen. Soms hebben we uitzicht op met palmen omzoomde witte stranden. Als we al bijna bij Accra zijn wordt ons stilzwijgen verbroken. We staan in de file en dat brengt ons in een klap weer terug in het heden. We kunnen het nauwelijks geloven. Wanneer stonden we voor het laatst in een file?! Dat moet die enkele keer in Marokko zijn geweest. Na lang wachten wordt ons de oorzaak van de file ook duidelijk. Politieagenten staan het verkeer te


Big Milly's Backyard

ontregelen. Gelukkig slaan wij af naar het plaatsje Kokrobite om in Big Milly’s Backyard vakantie te vieren. We komen terecht op een weggetje dat in de richting van de zee gaat. Als we het tweede dorpje uitrijden, komen we op een rode wasbordpiste terecht. Het duurt echter niet lang voor we in Kokrobite aankomen. Een bord wijst ons linksaf. In de nauwe paadjes tussen de huisjes door rennen kippen voor de auto langs. Mensen zwaaien uitbundig. Door een grote poort rijden we Big Milly’s Backyard binnen.

 

De grote beslissing -Big Milly’s Backyard, Kokrobite-

Voor het eerst sinds Senegal (Zebrabar) zijn we op een camping die er ook uitziet als een camping. Dat wil zeggen, het is meer dan alleen een lege vlakte (al dan niet met een hek erom heen) en een toilethuisje (als dat er al was). Hier kun je kleine Afrikaanse hutjes huren, in tenten slapen of bovenop een veranda onder een muskietennet. Na het vinden van een kampeerplek vragen we of we warm eten kunnen krijgen. “Ja hoor, loop maar even mee naar de keuken”. Op een bord staan vijf smakelijke gerechten vermeld. Gretig kiezen we iets uit. “Vanavond om half 7 is het eten klaar”. Beteuterd nemen we deze mededeling in ons op. Waarom zeiden ze dit niet meteen? Met buikpijn van de honger lopen we het dorpje in, op zoek naar eten. Bij de straatstalletjes liggen mensen op de grond te slapen. Eén winkeltje is op het heetste van de dag open. Hier kopen we uien, eieren en tomaten waar we terug op de camping een heerlijke omelet van maken.


Openlucht bar met verse fruitsapjes en bier

Na dit moeizame begin voelen we ons al snel thuis in Big Milly’s Backyard. We brengen er de dagen door met lezen, praten met de vele andere reizigers en schrijven voor de website. Via internet en de wereldradio komen we erachter dat de internationale spanningen rond Irak erg zijn toegenomen. De Amerikaanse regering lijkt vastbesloten om Irak binnen te vallen, met alle mogelijke gevolgen van dien. Een van onze routes om naar Oost Afrika te rijden, komt hierdoor onder druk te staan. We zouden dan via Niger, Tsjaad en Soedan naar Ethiopië rijden en dan zuidwaarts verder. In het
geval van een oorlog in Irak kan deze route wel eens een stuk gevaarlijker worden. Vanwege de onvoorspelbaarheid van de ontwikkelingen zien we van deze route af. Het tweede alternatief, verschepen van de wagen naar Zuid Afrika en zelf daarheen vliegen, onderzoeken we op financiële haalbaarheid. Informeren bij enkele rederijen stemt ons somber. Het gaat ons zeker 2500 euro kosten voor een enkele reis. Het zou haalbaar zijn als we vervolgens noordwaarts zouden kunnen rijden om via het Midden Oosten in Europa te komen. Maar ook
hier gooit de regering Bush roet in het eten. Als we eenmaal aan de andere kant van Afrika zijn als de oorlog uitbreekt, dan moeten we een tweede keer verschepen, naar Europa, en zelf terug vliegen. En dat gaat ver boven ons budget. Als laatste onderzoeken we of de route via de Afrikaanse Westkust een optie is. Die zou ons via Nigeria, Kameroen, Gabon, Congo Brazzaville, de Democratische Republiek Congo en Angola naar Namibië voeren. We halen informatie van discussiegroepen op internet en schrijven de Nederlandse ambassades in Congo en Angola aan. De route is namelijk bepaald niet zonder gevaar, gezien de burgeroorlog in de beide Congo’s en de nasleep van de voorbije oorlog in Angola. We zien al snel in dat we ons met deze route grote moeilijkheden op de hals kunnen halen. Verslagen concluderen we dat het de beste keuze is om terug te keren naar Europa. Reizigers in Big Milly’s Backyard vertellen ons dat we niet de enigen zijn die een dergelijke beslissing hebben moeten nemen. Het zijn moeilijke tijden voor de avontuurlijke Afrika-reiziger. De woorden bieden ons slechts een schrale troost.


Andres en Thomas, de campingmanager


Batik van Eric Assogba Nounagnon

Nu rest ons nog één vraag: terug, maar hoe? Via dezelfde weg als we gekomen zijn? Hier voelen we weinig voor, hooguit als laatste uitwijkmogelijkheid. De auto op de boot naar Rotterdam en zelf vliegen? Dit zou een risico betekenen, aangezien er op containerschepen wel eens containers met inhoud zoek raken. Verder zou het geen mooie terugreis zijn. De enige route die over blijft, is die door Togo, Benin, Niger, Algerije naar Tunesië loopt. Over Algerije waren we het altijd roerend eens dat we daar nooit heen zouden gaan. Ook niet na verhalen van reizigers die er wel doorheen zijn gereden. Op Big Milly’s Backyard treffen we vier Duitsers die net uit Algerije komen. Ze zijn twee maanden in Algerije geweest en hebben er vele toeristen en reizigers gezien, waaronder zelfs families met kinderen! Zij bevestigen wat we al eerder van anderen hoorden: het zuiden en oosten van Algerije zijn al jaren probleemloos te bereizen. Spoedig besluiten we de route door Algerije te nemen.


Andres bekijkt zijn verjaardagskaarten

In een aanzienlijk betere stemming brengen we nog een tijd in Big Milly’s Backyard door. Andres’ verjaardag wordt opgesierd met kaarten van familie en vrienden, die door Marre stiekem via E-mail daartoe opgeroepen zijn. Daarnaast is er door Thomas en Marre voor een verjaardagstaart gezorgd! Op de camping genieten we van de bijzondere sfeer en het lekkere eten.

 

 

Dagje Accra -Accra-

Vriendelijk zwaaien we naar de mensen in de dorpjes. Ze kennen onze gezichten al, zo vaak komen we hier langs. Remmend voor kippen, slingerend rond geiten en hobbelend over de door de lokale dorpsbewoners zelf gefabriceerde drempels passeren we “the Lord is my sheperd Beautysalon”, de “God is great block factory”, Jesus our saviour” Communication Center, “Jesus saves” Chop Bar en vele andere mini-winkeltjes met religieuze namen. Uiteindelijk bereiken we de hoofdweg naar Accra, de hoofdstad van Ghana, waar tal van formele reiszaken geregeld moeten worden. De agent bij de politiebarrière wuift ons door. Nog twintig kilometer te gaan. Voor, achter en soms ook naast onze auto rijden tro-tro's, het gangbare openbaar vervoer in Ghana. Soms zijn dit glanzende nieuwe busjes. Meestal is een tro-tro echter een scheefhangend geheel van roestend plaatwerk volgestouwd met bagage, kippen en mensen. Er wordt mee gereden alsof het snelle sportauto's zijn. Naarmate we dichter bij Accra komen, nemen ze in aantal toe. Bij een drukke kruising stoppen we voor de verkeerslichten. 'Toiletpaper, sir?' 'Chocolatebar, madam?' Een leger verkopers snelt toe. Druk vertellend dat we toch echt geen opblaasvogels nodig hebben, horen we water klotsen. Sop golft over de voorruit heen. Ongevraagd doet een ruitenwasser zijn werk, ons geroep om te stoppen negerend. Deze onbeschofte werkwijze wordt door ons met gelijke munt terugbetaald. Bij groen licht gaan we er volgas vandoor, de verkoper verbouwereerd achterlatend. Enkele honderden meters verder komen we weer tot stilstand. Een drukkende hitte beneemt ons bijna de adem. De dagelijkse file in Accra begint bij zonsopkomst en duurt tot elf uur. Vanaf twee uur 's middags is er opnieuw geen doorkomen aan. Tergend langzaam bewegen we ons in de richting van het centrum. Voordurend leuren verkopers met hun waren tussen de rijen auto's door. Gelukkig verkopen sommigen van hen iets dat we echt nodig hebben, zodat we een beetje hulp kunnen geven in hun harde bestaan. Voor al onze bezigheden in Accra moeten we langs het grote knelpunt, Kwame Nkumrah Circle, een rotonde waar 7 straten op uit komen. Op goed geluk doorkruizen we deze zee van blik en uitlaatgassen. In een zinderend Accra doen we traag onze zaken, waarna het hele gebeuren zich herhaalt om de stad uit te komen.

 

Dieseloorlog -Jasikan-

Na een heerlijk verblijf van bijna vier weken in Big Milly’s Backyard vertrekken we naar Togo. Langs het Volta-meer rijden we naar een kleine grensovergang met Togo.
Ondanks het feit dat de regering vlak voor onze aankomst in Ghana van de een op de andere dag de brandstof prijzen heeft verdubbeld, is het hier nog altijd goedkoper tanken dan in de omringende landen. De tank en de jerrycans zullen we daarom vol laten gooien voor we de grens naar Togo oversteken. Het laatste tankstation voor de grens blijkt over zeer antieke middelen te beschikken. Met de hand wordt er een


Regenwoud in het oosten van Ghana

doorzichtige koker vol diesel gepompt die vervolgens in een van de jerrycans verdwijnt. Op zichzelf geen probleem maar het lastige is dat men de maateenheid gallons hanteert in plaats van de gebruikelijke liters. Na wat rekenwerk concluderen we dat 80 liter overeenkomt met ongeveer 17,5 gallon. Wanneer we zien dat er vervolgens vrolijk 19 gallons in minder dan 80 liter gaan, beginnen we te protesteren. Benzinestations hebben bij ons geen al te beste reputatie. Meerdere malen zijn we al bedonderd. Zo hebben we in Kayes (Mali) teveel betaald omdat er met de benzinemeter geknoeid was. In Kita (Mali) probeerden ze ons 2 liter extra te laten betalen. En in Ouagadougou (Burkina) werd de meter niet op nul gezet alvorens ons vol te tanken.
Nu proberen we de pompbedienden uit te leggen dat het onmogelijk is 19 gallons in een tank van 80 liter te stoppen. Omdat ze er niets van snappen wordt de bazin erbij gehaald. Die wil echter van geen wijken weten zodat de spanningen aan beide zijden oplopen. De vrouw wil haar diesel terug maar het probleem is dat er nog zo’n 10 liter diesel in een van de jerrycans zat, zodat wij niet precies terug kunnen geven. Overtuigd van ons gelijk duwen we geld voor 17,5 gallon in de hand van de bazin en beginnen weg te rijden. De bazin op haar beurt gooit het geld terug in onze auto en schreeuwt dat ze haar diesel terug wil. Als we een eindje verder tot uit het zicht van het benzinestation zijn zetten we de wagen stil. We bezinnen ons op een oplossing. De resoluutheid en dapperheid van de vrouw om het geld terug te gooien en het feit dat we niemand willen beroven brengen gewetensbezwaren met zich mee om verder te rijden, maar ook angst om terug te gaan wegens het opvliegende karakter van de meeste Ghanezen die we hebben leren kennen. We beraadslagen en berekenen nogmaals van liters naar gallons. In ons reisboek vinden we een andere meeteenheid: de US gallon. In een US gallon passen iets minder liters dan in een Britse gallon. Ineens vallen alle puzzelstukjes op hun plaats. Tachtig liter is ongeveer 21 US gallons. Er gingen 19 gallons in de jerrycans dat komt overeen met 72 liter. Er zat nog plus minus 10 liter (klaarblijkelijk 8 liter) in de jerrycans. De puzzel is compleet. Maar nu nog terug…
We draaien om en zien dan hoe een taxi onze manoeuvre herhaalt. Die hebben ze vast en zeker achter ons aangestuurd! Als we terug komen bij het benzinestation is de politie al gearriveerd. Tegen onze verwachting in is iedereen heel rustig. We leggen uit dat we teruggekomen zijn omdat we geen dieven zijn. Gelijktijdig overhandigen we het verschuldigde bedrag aan de bazin. De politieman bekijkt alles van een afstand maar bemoeit zich nergens mee. Marre waagt het dan te vragen wat voor een type gallons ze gebruiken. Verbaasde en vragende blikken alom. We leggen uit dat er verschillende gallons bestaan die ieder een iets andere hoeveelheid liters beslaan. Verbazing gaat over in gelach. Er worden handen geschud. ‘Wij gebruiken Ghanese gallons’, zegt de bazin. Daar laten we het dan maar bij. Een laatste groet en we zijn weer onderweg naar nieuwe avonturen in Togo.