Marokko  -  3 oktober 2002 t/m 10 december 2002

 

De grens -Ceuta-

Vanuit de Spaanse enclave Ceuta rijden we Marokko binnen. We komen meteen in een totaal andere wereld terecht. Hordes wanhopige vluchtelingen worden hier door Spaanse en Marokkaanse douaniers tegen gehouden. Temidden van dit tumult moeten we we de grensformaliteiten regelen. Een tiental kleine houten loketjes brengt ons in verwarring: moeten wij daarheen en zo ja, naar welke dan? Een zeer vriendelijk ogende douanier roept vanwege onze moeilijkheden in het Frans te communiceren een, naar wij denken, collega erbij. Deze man vertelt ons naar welke loketten we moeten om de benodigde stempels in onze paspoorten te krijgen en de autopapieren te registreren.


Het Rifgebergte bij Chefchaouen

Per toeval valt ons zijn naambordje op, met daarop de aanduiding ‘tourist guide’. We vermoeden dat hij een vergoeding zal gaan vragen voor zijn verleende hulp. Aangezien we niet om zijn diensten gevraagd hebben, willen we niet betalen. Om de man te slim af te zijn, kiezen we snel het hazenpad. We hoeven nog uitsluitend geld te wisselen, hetgeen we vervolgens in Tetouan doen.

 

De eerste indrukken -Tetouan, Chefchaouen-

Onderweg valt ons het grote aantal controleposten op van militairen en /of politie. Er worden vooral taxi’s gecontroleerd, waarschijnlijk op drugs en vluchtelingen. Na Tetouan rijden we richting Chefchaouen door het Rifgebergte. De auto heeft in de bergen naar Chefchaouen last van een warmteprobleem dat we al eerder in Spanje ontdekten. Bij langdurig langzaam en steil bergop rijden (waarbij de motor veel toeren moet maken), loopt de temperatuur van de motor gevaarlijk hoog op. Als we niet op tijd stoppen gaat het koelwater zelfs koken. Met horten en stoten bereiken we de camping bij Chefchaouen.


Jonas en Nina uit Zweden

Op de camping leren we Jonas en Nina kennen, een Zweeds stel dat met een Landrover door Afrika reist. Net als wij staan ze aan het begin van hun reis. We raken snel aan de praat en verkennen gezamenlijk de stad.

In Chefchaouen doen we onze eerste echte indrukken van Marokko op. Overdag ziet het stadje er rommelig uit door het vele afval in de bermen en de afgebladderde verf van huizen. ‘s Avonds is het er met name in de Medina, het oude stadscentrum, erg sfeervol. De Medina is een wirwar van nauwe steegjes met aan weerszijden kleine winkeltjes, café’s, restaurantjes en eetstalletjes.
Een onvergetelijke ervaring voor ons!

 

Tapijt kopen? -Chefchaouen-

In de Medina worden we uitgenodigd door een bewoner om zijn huis te bekijken. Eenmaal daar aangekomen, blijkt zijn huis een tapijtzaakje te zijn. Aldaar worden we van mintthee voorzien en knuffelt hij ons voortdurend om onze gelijkheid te benadrukken. Totaal niet op ons gemak, maar ook gefascineerd nippen we van de thee terwijl hij zijn demonstratie houdt. Abraham toont ons zijn collectie en vraagt ons welke tapijten we mooi vinden. We vragen ons af hoe we weg kunnen komen zonder tapijt, gezien de opdringerige verkoopmentaliteit in Afrika waarvoor we zijn gewaarschuwd. Voorbereid op een langdurig betoog laten we Abraham weten, geen tapijt te willen kopen. Tot onze verbazing laat hij ons zonder enige discussie gaan!

 

Thermostaat?-Chefchaouen-


Andres test de thermostaat

We willen het warmteprobleem tijdens bergop rijden uit de wereld helpen en daarom controleren we het koelsysteem van de auto uitvoerig. Hierbij testen we de thermostaat (door deze op te warmen in een pannetje met water) en deze blijkt kapot te zijn. We besluiten de auto zonder thermostaat te testen onderweg naar Fès.

 

 

Wiet kopen of plukken? -Rifgebergte-

Rijdend naar Fès komen we door het Rifgebergte dat berucht is om de cannabiskweek. Dat is ook niet zo moeilijk te begrijpen aangezien het plantje hier gewoon langs de weg groeit! Na het Rifgebergte wordt het landschap droger en droger. Een stuk voor Fès zien we nog uitsluitend gortdroge akkers. Tot onze grote verbazing glinstert er tussen het zand plotseling een meer.


Wietplantjes in het Rifgebergte


Droge akkers voor Fès

 

Cultuur verschillen -Fès-

Onze eerste indrukken van Fès zijn niet al te positief. Overal dringen zich hier ongevraagd mensen aan je op om je de een of de andere dienst te laten betalen, zoals bijvoorbeeld de weg wijzen naar een camping of hotel waar je niet heen wilt. We worden er steeds bedrevener in om ze af te wimpelen.
Gelukkig blijkt ook hier snel dat de meeste Marokkanen er niet op uit zijn je geld af te troggelen. Op straat worden we dikwijls aangesproken door mensen die nieuwsgierig zijn naar waar je vandaan komt, wat je van Marokko vindt en of je hier al eens eerder bent geweest. In de korte gesprekjes die hier zo nu en dan uit volgen leren we van elkaars cultuur. Door de doorgewinterde verkooptechnieken van de meeste Marokkanen is het soms moeilijk in te schatten of een praatje voor de gezelligheid is of dat ze je iets willen verkopen.

 

Onderwijzen? -Fès-

Als we op een avond door de straten van Fès dwalen, spreekt een oude man ons aan. ‘Nederlanders?’ ‘Ja.’ Hij verzoekt ons hem een paar Nederlandse zinnetjes te leren. We werpen elkaar een vlugge blik toe, halen onze schouders op en knikken ja. Behoedzaam kijken we om ons heen als hij ons een hotel binnen leidt. Wil hij echt woordjes leren? Of probeert hij ons te misleiden? Voor de zekerheid zeggen we dat we 20 minuten de tijd hebben, dat zal het makkelijker maken om weg te gaan. Zomaar vertrekken bij een fanatieke verkoper is al eens eerder lastig gebleken.


Poort tot de Medina in Fès

‘Hoe is het met jullie?’, vraagt hij ons in het Nederlands. ‘Met ons gaat het goed, dank u’, antwoorden wij beleefd. De man klapt in zijn handen van enthousiasme. ‘Schrijf op, schrijf op’, zegt hij en schuift tegelijk pen en papier in onze richting. ‘You are a beautiful lady’, zegt de man en wij vertalen ‘Je bent een mooie vrouw’. De 20 minuten passeren. ‘Wij moeten nu gaan’, zeggen we terwijl we op ons horloge wijzen. Hij verzoekt ons nog één zin te vertalen. We kijken elkaar glimlachend aan; hoewel we het hele gebeuren grappig hebben gevonden, zijn we er ook wel op uitgekeken en bovendien moe. Maar nog één zin moet kunnen. Na deze zin gaat de man onverstoorbaar door met zinnen dicteren. We willen niet kinderachtig zijn dus we doen er nog een paar. Als ons duidelijk wordt dat de man nog eindeloos door kan gaan, vinden we het welletjes. We tikken nogmaals op ons klokje en excuseren ons dat we nu toch echt gaan. Om onze woorden kracht bij te zetten, staan we bovendien op. De man jengelt als een klein kind om nog één minuutje, nog één zinnetje, maar we schudden ditmaal vastberaden ons hoofd en begeven ons richting uitgang. Pas op het moment dat hij door heeft dat we ons onder geen beding meer tegen laten houden, stopt hij met zeuren en bedankt ons uitvoerig. Hoofdschuddend en lachend lopen we even later weer buiten.

 

Onderhandelen -Fès-

De hierop volgende dagen gaan we ons toch met serieuzere zaken bezig houden. We willen de koelproblemen definitief oplossen. Bij aankomst in de stad, waren we langs een Toyota garage gekomen. Daar zullen we het koelsysteem eens goed door laten lichten. De monteurs blijken zeer vriendelijk en deskundig. Ze leggen goed uit wat vervangen dient te worden en waarom. Bovendien vertellen ze er direct bij hoeveel dat bij hun gaat kosten. Bij het betalen proberen we alsnog te onderhandelen over de prijs. We vragen of ze geïnteresseerd zijn om ons te sponsoren. In ruil hiervoor zullen wij hun adres vermelden op onze website. Aan de prijs kunnen ze niets veranderen maar ze bieden ons korting aan op een hotelovernachting of een gratis overnachting bij de monteur die de reparatiewerkzaamheden coördineert. We kiezen voor een overnachting bij Mohammed. Daarnaast nemen ze ons gratis mee uit eten. Shukran (= bedankt)! Uiteindelijk logeren we 3 nachten bij Mohammed. Hij op een matje op de grond, wij in zijn bed. Over gastvrijheid gesproken! Overdag ondernemen we weinig omdat Andres ziek is. ‘s Avonds praten we honderduit met Mohammed over de meest uiteenlopende onderwerpen, waarover tot voor kort niet mocht worden gesproken in Marokko. Bij ons vertrek zijn we een vriend rijker.


In de Toyotagarage te Fès


Rachid, Andres en Mohammed

 

Insh’allah: als Allah het wil -Rabat, Casablanca-

Van Fès rijden we naar Rabat voor het visum van Mauritanië. Het consulaat van Mauritanië blijkt echter enkele weken geleden verhuisd te zijn naar Casablanca. Op naar Casablanca dan maar.
Casablanca is de economische hoofdstad van Marokko. Het is er met 5 miljoen inwoners erg druk en dat tekent het straatbeeld. Nog erger dan in de andere steden die we tot nu toe hebben bezocht, hangt hier een weeïge lucht van afval, dat overal langs de straten slingert, vermengd met een indringende geur van uitlaatgassen. Een toeterende warboel van auto’s, bussen, brommers en andere voertuigen wurmt zich door de straten, begeleid door wanhopige
politieagenten die driftig fluitend en gebarend proberen te voorkomen dat de zaak te zeer uit de hand loopt. Op rotondes en kruisingen staan de auto’s 7 rijen dik te wachten om één zijstraat in te rijden, gelijk water dat in een trechter loopt. Brommers die zich hiertussen een weg banen, worden op raadselachtige wijze telkens net niet platgedrukt. Dit is de dagelijkse praktijk in de grote Marokkaanse steden. Onze grote Cruiser is geenszins een garantie op een deukloze rit, maar het helpt aanzienlijk als we enthousiast meetoeteren.


Straatbeeld Casablanca

 

Moskee Hassan II -Casablanca-

Absoluut de moeite waard om te bezoeken is de Moskee Hassan II, welke is opengesteld voor niet-moslims. Deze op twee na grootste Moskee in de wereld (beide andere staan in Saudi Arabië), waaraan 24 uur per dag werd gebouwd van 1987 tot en met 1993, is vrijwel uitsluitend opgebouwd uit Marokkaanse natuurprodukten. Aan een kant van de Moskee is een reusachtig plein aangelegd, aan de andere zijde strekt de Atlantische Oceaan zich uit.


Moskee Hassan II

Bij het betreden van de Moskee lopen we blootvoets over een glanzende marmeren vloer waar tijdens de Ramadam zo’n 25.000 mannen en vrouwen neerknielen om tot Allah te bidden. Verderop in de ruimte ligt een lang tapijt als een loper richting een 35 ton wegende deur die uitsluitend geopend wordt voor de koning. Daar tegenover bevindt zich een nis welke oostwaarts gericht is, van waaruit de Imam voor gaat in het gebed. Aan weerszijden van de nis bevinden zich 2 identieke witte pilaren met de stamboom van het koningshuis in goudkleurig Arabisch schrift. De overige grote pilaren zijn uit grijs antracietkleurig gesteente opgetrokken terwijl de kleinere pilaren van witte steen zijn gemaakt, afkomstig uit de Anti-Atlas in Marokko. Het geluid in de gebedshal wordt verzorgd door maar liefst 384 speakers die smaakvol ingebouwd zijn in de kleinere pilaren.
Bij het omhoog richten van onze blik zien we een fraai met de hand gesneden houten dak dat deels electronisch te openen is voor ventilatie. Het cederhout is afkomstig uit de Midden-Atlas. Alleen de gigantische kroonluchters (tot zo’n 1200 kg) voor de verlichting blijken van Italiaanse origine.
In een ander gedeelte van de Moskee vindt het wasritueel plaats. Voor ieder gebed dient een Moslim zich uitvoerig te wassen. Handen, voeten, mond, neus, gezicht en onderarmen tot aan de ellebogen worden 3x gewassen aan fonteinen. De ruimte voor de mannen is steeds groen, blauw betegeld en die van de vrouwen geel, roze.

 

Radiatuer? -Casablanca, Fès-


Arnold & Alicia

Ondertussen weten we al dat het warmteprobleem weliswaar verminderd is, maar niet volledig opgelost. Terwijl wij piekeren over een oplossing, komt er een Amerikaans stel (Arnold en Alicia) op de camping met eenzelfde type Toyota Landcruiser. Een gesprek met hen leert ons dat zij exact hetzelfde warmteprobleem hebben gehad! Dezelfde reparaties als die wij al in Fès hebben laten doen, aangevuld met het vervangen van het radiateurfront, bleek bij hen de oplossing te zijn geweest. Ook vanuit het technisch thuisfront komt het advies de radiateur te repareren.
Zo gezegd, maar nog niet zo gedaan… We vinden een radiateurspecialist in een smoezelig straatje hetgeen ons weinig vertrouwen inboezemt. In fragmentarisch Frans maken we duidelijk wat het probleem is. Al gauw wordt er door 4 à 5 'monteurs', met meer of minder verstand van zaken onder de motorkap gekeken. Gepluk en getrek aan draadjes en het verschijnen van een kniptang doen ons het zweet uitbreken. Ondanks onze mededeling dat de temperatuurmeter in orde is, moeten en zullen ze deze controleren. Onder onze waakzame ogen kunnen ze uiteindelijk niet anders dan tot de conclusie komen dat dit onderdeel prima functioneert. Desondanks houden ze vol dat de vervanging van een stekkertje de oplossing is van het probleem. Het zou maar een paar Euro kosten. We laten ons niet overhalen tot deze koop en maken ons uit de voeten, rechtstreeks naar de Toyota dealer. Deze kan ons hopelijk verder helpen dan de Firma Beunhaas! Via de dealer komen we bij een gerenommeerde radiateurspecialist. Deze blijkt echter te duur voor ons. Een telefoontje naar de Toyota dealer in Fès doet ons besluiten daarheen terug te keren. Via hen wordt de radiateur voor een schappelijker bedrag gerepareerd en zorgen ze er bovendien voor dat de ventilator van de motor de hele tijd blaast. Bij testritten in de schitterende omgeving van Fès constateren we nog meer defecten. Door fantastisch teamwork van onze technici thuis en Toyota Fès kunnen de problemen in een week opgelost worden.

 

Natuurschoon -Ifrane, Midelt, Er-Rachidia, Erfoud-


Ten oosten van Sefrou


Bij Bab Taka


Verheugd dat we Fès eindelijk verlaten, rijden we door pijnboom- en eikenbossen de Midden Atlas in. Na het stadje Ifrane wordt het landschap steeds onherbergzamer maar tevens mooier. Richting Midelt, dat op een hoogvlakte tussen de Midden en Hoge Atlas ligt, kronkelt de weg zich door een zanderig ‘maanlandschap’. Kale, hoekige rotsen en lege rivierbeddingen domineren het uitzicht, terwijl er in de verste verte geen boom te bekennen is. Hier en daar proberen lage struikjes de droogte te trotseren. De zon kent hier geen genade en laat ons in de auto flink zweten. Voorbij Midelt vervolgen we onze weg de Hoge Atlas in. Hier belanden we van de ene verrassing in de andere. In een bocht kan het landschap veranderen van groen en vruchtbaar naar droog en onherbergzaam. We rijden bijvoorbeeld na een bocht vanuit een dorre weidse vlakte ineens een enorme kloof in. Kaarsrechte rotswanden, die in de loop der eeuwen zijn uitgesleten, torenen boven ons uit. Onderin de kloof stroomt een iel riviertje maar we kunnen ons voorstellen dat er in voorbije tijden een woest kolkende watermassa doorheen heeft geraasd. In ieder geval is aan de begroeiing en de oevers te zien dat er na overvloedige regen een flinke rivier stroomt. Twintig kilometer verder passeren we het stadje Er-Rachidia. Hier verraadt zich voor het eerst de nabijheid van de woestijn. We ruiken het stof in de lucht en de eerste zandduintjes verschijnen in het uitgestrekte landschap. Enige tijd later duikt de weg een diepe, met palmbomen begroeide kloof in. Aan het eind van de middag komen we vermoeid van alle indrukken aan in Erfoud.

 

Mentaliteit -Erfoud, Rissani, Merzouga-

De economie van Erfoud en omgeving steunt grotendeels op toerisme. Het komt de aantrekkelijkheid van dit gebied (voor ons) niet ten goede. Rustig over straat lopen is er niet bij.
Kinderen komen brutaal ‘vragen’ om een pen, snoepje of dirham (10 eurocent). Wanneer we met de auto rijden, zien we ze van ver af aan komen stormen in de hoop iets te bemachtigen. De gesprekjes gaan meestal als volgt:


Gorges du Ziz

Kind: 'Bonjour'

(Goede dag)

A+M: 'Bonjour' (Goede dag)
Kind: 'Donner moi un stylo (Geef mij een pen)
A+M: 'Non, pas de stylo' (Nee, geen pen)
Kind: 'Donner moi un bonbon' (Geef mij een snoepje)
A+M: 'Non' (Nee)
Kind: 'Donner moi un Dirham' (Geef mij een Dirham)
A+M: 'Non' (Nee)
 
Dit weten wij al snel in te perken tot:
Kind: 'Bonjour' (Goede dag)
A+M: 'Bonjour' (Goede dag)
Kind: 'Donner moi un stylo' (Geef mij een pen)
A+M: 'Non, pas de stylo, pas de bonbon,
pas de Dirham, au revoir'
(Nee, geen pen, geen snoepje,
geen Dirham, tot ziens)
 
Een enkele keer besluiten we ze met hun eigen wapens te bestrijden. Twee wat oudere jongens komen bedelen om een pen, waarop wij resoluut antwoorden dat deze tien dirham kost. De jongens kijken ons een ogenblik verdwaasd aan voordat ze doorhebben wat we bedoelen. Aarzelend zegt een van de jongens: ‘non, vous êtes un tourist, c’est un cadeaux’ (nee, u bent een toerist, het is een cadeau). Hierop schudden wij ons hoofd en herhalen dat ze voor tien dirham een pen kunnen krijgen en dat dat een goede prijs is (alweer een van hun eigen verkooptrucjes). Uiteindelijk druipen de jongens af, zonder pen.
Alle kinderen in deze streek zien er goed doorvoed uit, hebben kleren en schoenen aan en rijden veelal op nieuwe mountainbikes, waarvan veel Nederlandse kinderen alleen maar kunnen dromen.
Ook volwassenen proberen je naar hun winkeltjes te lokken om je te verleiden tot het kopen van prullaria, waaronder fossielen waarvan wij de echtheid betwijfelen. De bevolking maakt bovendien wegwijzers naar de woestijndorpjes onleesbaar om zichzelf aan te kunnen bieden als gids! We laten ons niet gek maken en proberen op eigen kracht in het woestijndorpje Merzouga te komen.

 

Zandhappen -Merzouga-


Onleesbare wegwijzers

Een tikkeltje nerveus vertrekken we richting Merzouga om onze eerste piste-ervaring op te doen. Het rijden over hobbels, kuilen en zand blijkt makkelijker dan we verwachtten. De juiste weg vinden is daarentegen een stuk lastiger. Overal lopen onduidelijke bandensporen in vele richtingen. Op de gok slaan we een brede piste in. Deze leidt ons een aantal kilometers later een zanderige heuvel op. Eenmaal op de top kijken we vol verbazing naar beneden. Van de brede piste rest niets meer dan een vaag bandenspoor. Wat nu?
 
We wagen het erop. Het spoor wordt steeds moeilijker te herkennen en na het oversteken van een drooggevallen rivierbedding raken we het zelfs helemaal kwijt. In de verte zien we Merzouga liggen. Recht op ons doel af rijden we verder. Even later stuiteren en schokken we over de onregelmatige bodem van een uitgedroogd meer. Erger dan dat zijn de zandduinen die in toenemende mate onze weg versperren. Slingerend op zoek naar de beste route ontkomen we er toch niet aan hier en daar een stuk zandduin mee te nemen. Dit gaat lang goed totdat we door een kleine stuurfout stil komen te staan. Zowel voor- als achteruit is onmogelijk. Het inschakelen van de lage gearing voor extra kracht blijkt wel het slechtste idee. Binnen luttele seconden graaft de auto zich zo diep in dat zijn onderkant op het zand komt te liggen! Nu is het onze beurt om te graven… Twee uur zwoegen in het zand en enkele (tevergeefse) wegrijd-pogingen later staan we bezweet en opgelucht op stevige bodem. Met Merzouga op minder dan vijf kilometer afstand aanvaarden we de terugtocht. Deze moeten we deels in het donker afleggen. Gelukkig hebben we de GPS ingeschakeld waardoor we niet verdwalen. Ook bij onze volgende poging Merzouga te bereiken is het moeilijk de juiste sporen te volgen. Met behulp van de GPS-coördinaten van onze vorige route arriveren we uiteindelijk toch in Merzouga.


Bijna los....


Onderweg naar Merzouga

 

Het schip der woestijn -Merzouga-

Merzouga ligt tegen Erg Chebbi, de hoogste zandduin in Marokko. Doordat het in de loop der jaren een toeristische trekpleister is geworden, heeft het veel van zijn oorspronkelijke sfeer verloren. Het dorp is volgebouwd met campings en hotels in kasbah-stijl en is zelfs per asfaltweg bereikbaar. De zandduinen zijn evenwel prachtig en we besluiten ze beter te verkennen per kameel. ‘s Ochtends om vier uur worden we gewekt. Weldra zitten we op onze kamelen die voortstappen onder een met sterren bezaaide hemel. We wiegen op hun warme ruggen als ze door het mulle zand de stille


In het zand bij Merzouga

woestijn in sjokken. Vanaf een verlaten zandduin volgen we de zonsopkomst. We zien hoe de eerste zonnestralen de duinen voor ons verlichten, de schaduwen steeds verder terugdringend, tot ook onze duin in het prille zonlicht baadt. Als we terug rijden tekenen onze schaduwen zich scherp af tegen de zonovergoten duinen. Bij het naderen van de eerste kasbahs verdwijnt langzaam de magie van de woestijn.

 

Van geel zand naar roze rotsen -Tinerhir-

Vanuit Merzouga rijden we (over een betrekkelijk saaie weg) naar Tinerhir. Dit is een klein, rustig stadje waar we doorheen kunnen wandelen zonder lastig gevallen te worden. Voorbij het stadje, onderweg naar de Todra Gorge, klimt de weg steil het roze bergmassief in terwijl we uitkijken op de palmerijen in het dal. Onder de dadelpalmen bevinden zich kleine akkertjes met groenten en kruiden die bewaterd worden door een stelsel van irrigatiekanaaltjes. Tegen een ruige bergwand ligt een vervallen en verlaten dorp dat we te voet verkennen. De oude huizen, soms niet meer dan ruïnes, zijn gemaakt van


Het begin van de Gorge du Todra

gestapelde stenen aangesmeerd met modder, met hier en daar een houten dwarsbalk. Vol bewondering kijken we naar de soms wel drie verdiepingen hoge huizen, gluren in lege kamertjes en haasten ons door tunneltjes.


Vervallen lemen huizen


We haasten ons door tunneltjes

 

Todra Gorge, gratis en voor niets van Allah -Todra Gorge-

De Todra Gorge is een diepe kloof waarvan de wanden bestaan uit roze-oranje kleurend gesteente. Ontzagwekkende ruigheid en rustgevende schoonheid gaan hier hand in hand. Overal is zichtbaar dat er regelmatig gesteente naar beneden komt, maar tot ver in de kloof houden palmen zich staande. Als we er aankomen staat vlak voor de doorgang een man met de armen gespreid midden op de weg. ‘Vijf dirham om in de kloof te komen’, zegt hij. Direct wekt dit onze argwaan omdat we er twee dagen geleden nog gratis in zijn gereden. De man probeert ons op de mouw te spelden dat dit een feestdag was, maar onze kennis van de Marokkaanse feestkalender laat zich niet zomaar foppen. We maken hem duidelijk dat hij de kloof er niet neergelegd heeft en daarom niets krijgt. Inmiddels verzamelen zich meerdere Marokkanen rond onze auto om ons ervan te overtuigen dat we horen te betalen. Een pasje dat de man tevoorschijn haalt, met daarop zijn pasfoto en de tekst ‘Koninkrijk van Marokko, Ministerie van Binnenlandse Zaken’, brengt ons aan het twijfelen. Toch betalen we niet onmiddelijk. Eerst gaan we bekijken of we het riviertje, dat verderop over de weg stroomt, kunnen oversteken. Dit blijkt mogelijk. Teruglopend naar de auto realiseren we ons dat we alleen groot geld hebben. We vragen de eigenaar van het naast de weg gelegen hotel of hij 100 dirham (slechts 10 euro) kan wisselen, maar hij weigert zonder verdere uitleg. Twee toeristen vertellen ons dan dat de ‘kloofwachter’ een oplichter is, die hier zo nu en dan staat om wat geld op te strijken. Ze geven ons vijf dirham voor het geval we er niet langs komen, maar raden ons aan dit wel te proberen. Ondertussen is de hoteleigenaar met de oplichter in discussie gegaan en probeert hem vijf dirham in de hand te duwen zodat wij verder kunnen. In de chaos die ontstaat, starten we de wagen en proberen weg te rijden. De ‘kloofwachter’ gaat demonstratief voor de auto staan met zijn handen op de motorkap. De 100 paarden die hieronder schuil gaan, zijn net als wij niet onder de indruk van zijn grootte noch kracht. Langzaam duwen we de man achteruit. Snel geeft hij op en even later rijden we onder luid gegrom van de auto door het riviertje de kloof in. In plaats van vijf dirham armer zijn we er vijf rijker!

 

Piste perikelen -Gorge du Dadès-

Een ander niet te missen spectaculair landschap in de Hoge Atlas is de Gorge du Dadès. De bizarre rotsformaties voor en in deze kloof tarten de verbeelding. Rood gesteente is gedeeltelijk uitgesleten zodat het lijkt alsof er vormloze sculpturen tegen elkaar zijn gezet en bruine bergen doemen op als waren het kameelruggen. Verreweg de meeste bergen bestaan echter uit trapsgewijze steenlagen met bovenop een plateau, zoals een afgeknotte piramide. De rotswanden hellen dikwijls dreigend over de weg. In de diepte stroomt een rivier. Uiteindelijk gaat de kloof over in een vruchtbaar hoog gelegen dal. Vanuit hier lopen diverse pistes door het gebergte; een mooie gelegenheid om te kijken wat onze Landcruiser en wij ervan bakken. Over de piste van Msemrir naar Imilchil rijden we de hoogte in. De kwaliteit van de piste is prima. Langs gapende diepten naderen we de top van de bergpas. Opeens zien we een tegenligger. Even later luisteren we naar een opgewonden pratende Fransman. Hij is omgedraaid omdat sneeuw de weg verspert. We nemen zijn advies om hetzelfde te doen serieus, maar moeten een plek vinden waar we kunnen draaien. In de bijna heuphoge sporen van de Fransman rijden we soms vlak langs de peilloze diepte. Sneeuwwolken klonteren samen boven de bergen achter ons. Tenslotte kunnen we keren. Na het nemen van foto’s en het draaien van sneeuwballen dalen we af naar het dal.


Omhoog in de Gorge du Dades


Besneeuwde pas in Hoge Atlas

 

Armoede of bedrog versus goedgeefsheid -Diverse dorpjes in de Hoge Atlas-


Besneeuwde bergtoppen
Al reizend door de prachtige Hoge Atlas passeren we vele naamloze dorpjes. Telkens doet zich hetzelfde tafereel voor. Zodra we de eerste huizen naderen, komen er groepjes kinderen naar de weg gerend om ons op te wachten. Vriendelijk gezwaai verandert in dwingende stopgebaren als we dichterbij komen. Met een blik die het midden houdt tussen hebberigheid en geveinsde zieligheid wordt er al snel geroepen om bonbons, stylo’s en dirhams. Al spoedig valt het besluit er niet meer voor te stoppen. Het gretige gezoek in onze auto (waar zal ik eens om vragen), het weigeren van brood omdat men cadeautjes
wenst en het geschreeuw en gescheld als we verder rijden vervullen ons met afgrijzen. Dit is geen armoede maar onvervalste hebberigheid! Niet alleen kinderen maken zich aan dit gedrag schuldig. Diep in een onherbergzaam stukje Hoge Atlas komen we een gezinnetje tegen. De moeder smeekt ons haar iets te geven. We geven de helft van ons brood af. Ze neemt het aan en vraagt vervolgens om een sigaret! ‘Nee, we roken niet.’ ‘Een dirham meneer, aub.’ Verbaasd en boos over zoveel schaamteloosheid en ondankbaarheid besluiten we om niemand meer iets te geven.
Later bespeuren we zelfs beginnende corruptie onder kinderen wanneer we een piste zoeken die we eerder niet konden vinden. Ondanks aanwijzingen van een politieagent, een hotelbaas en een vrachtwagenchauffeur slagen we er weer niet in de piste te vinden. We besluiten de gok te wagen en vragen het aan twee kinderen (die waarschijnlijk voor hun dienst een dirham gaan vragen). Al meteen is de kwaliteit van de piste verschrikkelijk, maar omdat andere reizigers ons vertelden dat de route te doen is, rijden we door. Met klamme handen rijden we het

Op zoek naar de juiste piste
eerste stuk dat uitsluitend uit rotsblokken bestaat. Na een wel heel schuine passage stoppen we en lopen een stuk verder om het verloop van de piste te bekijken. Nijdig stappen we even later weer in de wagen. De "lieve" kindertjes hebben ons willens en wetens de oude, uitgesleten piste opgestuurd in de hoop dat we eindje verderop vast zouden komen te zitten in een diepe greppel naast een streepje rots waar misschien nog een Mini op past. De nieuwe piste bevindt zich aan de andere kant van de heuvel. We draaien om en de kinderen kunnen uiteraard naar hun dirhams fluiten. Bij de nieuwe piste aangekomen, zien we dat ze deze hebben versperd met grote rotsblokken. De kinderen, inmiddels 15 in getal, slaan ons triomfantelijk gade vanaf een hoger gelegen punt. We zijn nu echt kwaad! De grote rotsblokken kunnen we met geen mogelijkheid aan de kant rollen. We bekijken het terrein, gooien een aantal kleinere stenen de helling af, manoevreren ons daarna met wagen en al om de grote rotsblokken heen, geven een stoot gas en weg zijn we.

 

Halsbrekende toeren -Piste tussen Msemrir en Tamtattoucht-

Al snel komen we er achter dat de piste veel te lijden heeft gehad van natuurgeweld. De aanvankelijk duidelijke sporen vervagen in enorme hoeveelheden stenen en rotsblokken.Moeiteloos vindt de auto zijn weg, maar wij worden behoorlijk door elkaar geschud. Geleidelijk verdwijnen de stenen om plaats te maken voor een zanderige piste die goed te rijden is. Voorbij het hoogste punt slingeren we door nauwe haarspeldbochten naar beneden. We veronderstellen het zwaarste gedeelte achter de rug te hebben. De rust is evenwel van korte duur. Net als we denken de bergen uit en het dal in te rijden,


Aan het begin van een zeer moeilijke piste


Gelaagd gesteente

draait de piste met een ongelooflijke bocht zeer steil langs een verticale wand omhoog! Dit is echter nog niet alles: het ‘wegdek’ bestaat uit trapsgewijs gestapelde dikke rotsen. En dan staan we stil... De toch beresterke Landcruiser wil niet meer vooruit en Andres durft niet achteruit. De wielen zitten gevangen tussen rotsblokken en onze hellingshoek bedraagt zo’n dertig graden. Hopelijk biedt de lage gearing uitkomst. Traag komen we in beweging. Na honderden meters klauteren zien we diep onder ons de piste door het dal lopen. Een uur later en vele rotsblokken verder rijden we beneden, onderweg naar de camping en een welverdiende maaltijd.

 

Oeps -Todra Gorge-

Na deze zware piste dag met veel stylo-geschreeuw rijden we bij toenemende duisternis over een goede piste naar de camping. We stuiten op een wegblokkade die we ons nog kunnen herinneren van overdag. We sturen linksaf richting de omleiding. Een man komt naar ons toelopen. Vermoeid draaien we een raampje open.
‘Zoekt u de weg naar de Todra Gorge?’, vraagt de man.
‘Ja’, zeggen we verveeld.
‘Dat is die kant op.’ (Hij wijst in de richting van de blokkade.)
‘Nee, dat is een.... wegblokkade.... Deze weg is prima.’
Zonder verdere uitleg vervolgen we ons pad.
Niet veel later:
‘Euh, Andres herken jij dit?’
‘Euh, niet echt, zeg maar echt niet.’
We draaien om en zien net naast de blokkade de omleiding die de man ons probeerde te wijzen. Hij is net aan zijn avondgebed begonnen, waardoor we ons niet kunnen verontschuldigen. Moge Allah ons genadig zijn!

 

Trommelen met Touaregs -Vallee du Drâa-

De veranderingen in de natuur liegen er niet om: rukwinden, donkergrijze wolken en besneeuwde bergpassen kondigen de naderende winter aan. Om sneeuwpret is het ons niet begonnen, daarom gaan we naar de Vallee du Drâa, aan de rand van de Sahara. Het eerste stuk hierheen bestaat hoofdzakelijk uit donkerbruine rotsen met karige begroeiing die de omgeving een deprimerend grauw uiterlijk geven. Als uit het niets verschijnt er na het oversteken van een bergpas een kilometers lange oase met een brede rivier en palmerijen. Naarmate we verder zuidwaarts komen, maken palmbomen plaats voor stenen en woestijnzand. Tijdens een korte stop in Tagounit nodigt een jonge man ons uit mintthee met hem te drinken. Al thee drinkend merken we dat Abdul oprecht geïnteresseerd is en niet de zoveelste die iets aan ons wil verdienen. Hij vertelt ons dat hij Touareg is (nomaden die rondtrekken in de Sahara) en neemt ons mee naar hun tentenkamp in de woestijn. Het kampje bestaat uit een tiental tenten, die opgebouwd zijn uit een frame van houten palen overdekt met kleden en van binnen voorzien van tapijten, kussens en dekens. De Sahara lijkt hier met zijn lagere zandduinen uitgestrekter dan in Merzouga. De onmetelijke stilte, door de afwezigheid van campings en hotels, maakt de woestijnervaring veel levensechter.


Berbertent


De keuken en woonkamer


Het kampje


We kunnen het goed vinden met Abdul en zijn vrienden en gaan samen boodschappen doen voor het avondeten. Met vier man en een veertig liter jerrycan voor water proppen we ons in de auto. In een jolige stemming voorzien Abdul en Ibrahim, ons al trommelend op de jerrycan en zingend, van muziek gedurende de hobbelige rit naar de markt. Op het menu staat een Tagine (Marokkaanse stoofschotel) van kamelenvlees en groenten. Bij het kopen van de groenten leren we de Arabische namen en de prijzen. De kamelenkop die voor de slagerij ligt, garandeert de versheid van het vlees. Na een heerlijke maaltijd worden de muziekinstrumenten tevoorschijn gehaald. In een ruimte van maar net zes vierkante meter zitten we met zijn achten al klappend, zingend en trommelend muziek te maken in het flauwe licht van flakkerende kaarsen.

 

Marokko op zijn best -Marrakech-

Na wat omzwervingen komen we aan in de laatste grote stad die we in Marokko bezoeken, Marrakech. Onze hoge verwachtingen worden ruimschoots overtroffen: de fabelachtige ligging van de stad, met besneeuwde bergtoppen van de Hoge Atlas op de achtergrond, prachtige moskeeën, oude stadsmuren, brede boulevards, vele palmbomen en de reusachtige overdekte medina waar je uren in kunt ronddwalen.
Het beroemde plein, Place Jamaa El Fnaa, ligt in de medina. De muzikanten, slangenbezweerders, jus d’orange kraampjes en dansgroepjes vormen ‘s avonds een vrolijke kakofonie van geluiden en lampjes. Hier eten we enkele malen bij spotgoedkope eetstalletjes, waarvan er vele zijn, die allemaal hetzelfde serveren. Ondanks de moordende concurrentie probeert het personeel in een sympatieke sfeer klanten van elkaar af te snoepen.

 

Pril toerisme -Cascades d’Ouzoud-

Omdat we wachten op de post die in Marrakech zal arriveren maar de stedelijke drukte even uit willen, rijden we naar de Cascades d’Ouzoud. Deze watervallen zijn door menselijke invloed ontstaan, doordat men de rivier in verschillende stroompjes heeft gesplitst om er molens mee aan te drijven. Van foto’s weten we dat ze desondanks de moeite waard zijn. Geheel tegen onze gewoonte arriveren we in het donker. Door de vele borden van hotels en campings langs de weg vinden we dat hier geen probleem. Aangekomen in Ouzoud zien we maar liefst één min of meer afgebouwd hotel, waar we voor veel teveel geld in de tuin mogen kamperen tussen hopen oud ijzer en cementresten. Toch maar even verder kijken… Na overleg met een Duits stel dat ook het spoor bijster is parkeren we voor een hotel waar men nog bouwende is aan de bovenverdieping. Voor anderhalve euro mogen we op de "camping" staan en gebruik maken van de smerige toiletten in het hotel. De ‘camping’ blijkt het parkeerplaatsje langs de weg te zijn waar we al staan!


Cascades d'Ouzoud

Een wildkampeerplek zoeken in het donker is geen optie. Zuchtend schikken we ons in het onvermijdelijke en aanvaarden dat we vanavond op de straat slapen en er ook nog voor betalen. De baas van het hotel wijst ons het restaurant, een kale ruimte met tuinstoelen. Op een tafel staat een minstens drie dagen geleden bereide tagine… Gelukkig is er naast het hotel een openlucht restaurant waar in onze aanwezigheid een verse tagine en brochettes (gekruide vleesspiezen) worden klaargemaakt.
De Cascades zijn zeer de moeite waard. Meerdere watervallen komen via verschillende plateaus op een punt samen, vanwaar de rivier verder stroomt. Verheugd over ons bezoekje aan de Cascades d’Ouzoud rijden we terug naar Marrakech waar we na het weekend onze post in ontvangst nemen.

 

Tafra route -Tafraoute-


Omgeving voor Tafraoute

Vanuit Marrakech rijden we over een moeilijke maar mooie bergweg over de Hoge Atlas heen naar Tafraoute, dat in de Anti Atlas ligt. Hier toont Marokko ons zijn laatste verrassing. We wanen ons op een vreemde planeet. Kogelronde rotsblokken zo groot als huizen balanceren op puntige pieken. Langs de weg liggen soortgelijke blokken slordig opeen gestapeld, alsof de weg elk moment bedolven kan worden onder dit prachtige puin. Helaas is onze tijd beperkt want we willen verder zuidwaarts naar Mauritanië.

 

Eindeloze leegheid -Westelijke Sahara-

De reis naar Mauritanië voert ons door de eindeloze leegheid van de Westelijke Sahara. Een gebied dat driemaal zo groot is als Nederland en de hele tijd vrijwel dezelfde aanblik biedt: droge lage stuikjes in het zand en tussen steen met soms wat zandduinen. Rechts het onveranderlijke blauw van de Atlantische Oceaan. Dertienhonderd kilometer lang trekt dit aangrijpende landschap aan ons voorbij terwijl het sombere beeld zich op ons netvlies brandt. Als we wegrijden uit Dakhla, de laatste stad voor Mauritanië, zien we Franse overlanders langs de kant van de weg staan. We remmen om te vragen of er iets aan de hand is. Spontaan starten ze hun wagen en zo rijden we samen naar de grens, waar we zonder moeilijkheden de Marokkaanse douane kantoortjes passeren.


Westelijke Sahara