Mauritanië  -  10 december 2002 t/m 16 december 2002

 

Saharatocht -Sahara-

Een hobbelige piste leidt ons naar Mauritanië. In dit gebied liggen landmijnen. Traag rijden we over de piste, om ons heen spiedend als op zoek naar de onzichtbare vijand. Uitgebrande autowrakken op slechts enkele meters langs de piste duiden op lugubere wijze op de aanwezigheid van mijnen en het lot van ongelukkigen in het verleden. Hoewel we beseffen dat we op de weg geen gevaar lopen, rijden we met een onrustig gevoel door dit niemandsland. Het aanbod van de ervaren Fransen om voorop te gaan rijden, nemen we graag aan!

Robert en Annique loodsen ons langs alle douaneposten en doen een goed woordje voor ons zodat we nergens smeergeld hoeven te betalen of cadeaus uit te delen. Bij de zoveelste controlepost kunnen we ons aansluiten bij een konvooi autoverkopers en direct de Sahara inrijden in plaats van te overnachten in Nouadibou. We zijn totaal onvoorbereid op deze plotselinge omwenteling maar dienen toch snel te beslissen. Het konvooi staat op het punt te vertrekken. Het voornaamste bezwaar is onze hoeveelheid diesel. De gulheid zelve stellen Robert en Annique voor 60 liter over te hevelen uit hun extra 120 liter tank. Ongeduldig kijken de Peugeotverkopers toe. Ze hebben duidelijk niet zo’n hoge pet van ons op. Anderzijds willen ze ons er graag bij hebben voor als zij vast komen te zitten. Op onze beurt staan wij niet te trappelen van enthousiasme om hen er keer op keer uit te trekken. We zien wel hoe het gaat lopen…

Over dezelfde hobbelpiste rijden we de ‘Republique Islamique Mauritanië’ in. De gids wil ons meteen uit het mijnengebied leiden. Na het oversteken van de spoorlijn zijn we veilig en rijden we om een zeearm heen de woestijn in. Al binnen een uur draait het voordifferentieel van onze franse vrienden kapot door een onopgemerkte olielekkage. Ze kunnen wel verder rijden maar hun vierwielaandrijving is permanent uitgeschakeld. Dit maakt onze Landcruiser het enige vierwielaangedreven voertuig van de groep.


Pauze


Pauze


Die avond slapen we tussen metershoge zandduinen. Sterren fonkelen in de koelte van de avond en nacht. In het licht van de volle maan koken we ons avondmaal. De stilte van de woestijn is zo intens dat we de neiging hebben om te fluisteren. Zelfs voetstappen en stemmen klinken gedempt in het zand.

De volgende morgen vertrekken we vroeg. In wijde bochten rijden de auto’s tussen de roerloze zandduinen door. De Peugeotjes komen enkele malen vast te zitten, maar zijn zo licht dat ze er makkelijk uitgeduwd worden. Wanneer Robert en Annique vast komen te zitten, wordt het een heel ander verhaal. De zware wagen zakt diep weg in het mulle zand en zonder 4x4 is er geen beginnen aan. We proberen de wagen met een sleeptouw uit het zand te trekken. De vierwielaandrijving ingeschakeld en vol gas komen beide auto’s nog geen millimeter van hun plaats. De lage gearing inschakelen voor extra kracht durven we niet aangezien ook wij niet op een harde ondergrond staan. (Zie ook zandhappen.) We gaan het anders doen. Terwijl ons publiek met toenemende interesse kijkt, beginnen we voorbereidingen te treffen om te lieren. De snelheid, kunde en enthousiasme waarmee we te werk gaan, veranderen de sociale verhoudingen in de groep. Mensen komen ons helpen en op onze aanwijzingen wordt alles voorbereid. Het krachtenspel kan beginnen.


De auto van Robert & Annique zit muurvast


Een van de Peugeots heeft een probleem


Bij het langzaam oprollen van de kabel kijkt iedereen vanaf een veilige afstand gespannen toe. Het gaat mis, want niet de auto van de Fransen maar de onze schuift naar voren! We laten de kabel vieren en gooien hopen zand voor de wielen van onze auto. Tegelijkertijd verlaagt de gids de bandenspanning van de andere auto voor meer grip. De rest van de groep duwt de wagen van de Fransen tijdens de tweede poging. Secondenlang gebeurt er niets, maar dan uiteindelijk toch. De auto van Robert en Annique komt in beweging en spoedig kunnen we verder.
Onkundig als we zijn op het gebied van terreinrijden zitten we kort daarop zelf vast! Een beetje beduusd en geschrokken staan we naast de wagen, want wie gaat ons eruit trekken? De immer kalme gids, Ahmed, is echter helemaal niet onder de indruk. Hij gebaart ons te wachten.

Ahmed is een Touareg. Deze lange statige mensen met hun gitzwarte haar, donkere ogen en huidskleur die donkerder is dan die van Arabieren maar lichter dan die van Negers, zijn van oorsprong nomaden die leven in de Sahara. Ze dragen lange wijde blauwe gewaden en wikkelen vaak een sjaal om het hoofd die alleen de ogen vrij laat. Zo ook Achmed.

Met rustige bijna zwevende tred komt hij op ons af gelopen. Een wijze nadenkende blik in zijn ogen. Hij knielt bij de wagen neer en verlaagt onze bandenspanning een klein beetje, stapt dan achter het stuur en na een korte uitleg over de automatische versnellingsbak rijdt hij de wagen in de lage gearing er zo uit. Dat is bovendien nog niet alles. Door mul zand rijdt hij in een handomdraai een helling op!

We pauzeren in een Touaregtent waar een vrouw dromerig en loom saharathee schenkt. Zes kleine glazen staan op een blinkend dienblad. De nog napruttelende thee wordt sierlijk en trefzeker in het eerste glaasje gegoten. Met een afwezige blik giet de Touaregvrouw de thee vanuit het eerste glas in het tweede glas. Het bruingele goedje gaat van glas in glas, in een trage ceremonie van eindeloosheid. Vanuit het laatste glas wordt de thee teruggegoten in de pot, die nog even terug gaat op het houtskoolvuurtje. Een zoete geur vult de tent.

Na de thee volgen een paar uur geconcentreerd rijden. Lage doornstruiken, kuilen en hobbels maken het rechtuit rijden, zoals over zandvlaktes, onmogelijk. Met zo’n 70 kilometer per uur slalommen we tussen de struiken door op weg naar de laatste hindernis van de dag. Een zanderige en met struiken begroeide heuvel. Tot onze spijt rijden we opnieuw vast. Weer biedt onze gids uitkomst: de bandenspanning wordt verder verlaagd en met speels gemak rijdt hij onze wagen weer los. We vragen hem of de automatische versnellingsbak iets te maken kan hebben met het vastlopen in het zand. ‘Nee’, zegt Ahmed, ‘de manier waarop u rijdt is het probleem…’

De volgende ochtend geeft hij instructies aan het strand. De 60 kilometers langs de zee over het strand lopen vervolgens op rolletjes. Hierna volgt een honderdtal kilometers over zanderige piste. We zijn hier niet de snelste maar de rest van het konvooi wacht op ons. Als in een race-game op de computer stuiven we omgeven door stofwolken over de piste. Alles gaat goed totdat we, verblind door stofwolken, in diepe vrachtwagensporen terecht komen. Al snel staan we vast. Het konvooi is in geen velden of wegen te bekennen. In de lage gearing en de achteruit versnelling zijn we tot onze verbazing binnen no-time los. We denken nog even aan het miniscule zandduintje bij Merzouga (Marokko) waar we voor het eerst vastreden en halen proestend onze schouders op. We halen het konvooi in en komen gezamenlijk aan in Nouakchott. Na drie dagen crossen door de woestijn zijn we bedekt met lagen stof, zweet en zeezout. De combinatie van de drie vormt een plakkerig goedje op onze huid en kleren waardoor we hunkeren naar een douche.


Drie Nederlandse auto's op een rij


Terje en Elisabeth uit Noorwegen

 

Kleurrijke heksenketel -Nouakchott-

Voor een hoofdstad is Nouakchott verbazingwekkend klein. Grootstedelijke ellende zoals files zijn hier een onbekend fenomeen. Het verkeer verloopt zelfs erg soepel, hetgeen alles te maken heeft met de ongeschreven verkeersregels. Anders dan in Marokko is van intimidatie en het afdwingen van ruimte geen sprake. Voertuigen van rechts krijgen niet automatisch voorrang. Nonverbale communicatie is hier het toverwoord. Het levert geen enkel probleem op als vier auto’s tegelijk een kruising naderen. Iedereen stopt. Middels blikken over en weer wordt bepaald wie er het eerste gaat rijden. Niemand hoeft lang te wachten. Na enige gewenning rijden we hier rond alsof we er al jaren wonen!

In Nouakchott lijkt het ‘echte’ Afrika te beginnen: winkeltjes met kleurige kleding en stoffen, vele fruitstalletjes, swingende muziek en zwarte mensen. Er is gelukkig weinig te merken van de spanningen die in dit land tussen de Arabieren en de oorspronkelijke zwarte bevolking bestaan. Op straat heerst een gezellige Afrikaanse drukte. Des te opvallender is een vrolijk aangekleed kerstboompje, hetgeen onze gedachten even terug in Nederland brengt. We moeten even rekenen om erachter te komen dat het twee weken voor Kerst is. Ons besef voor dag en datum vervaagt steeds verder.

 

Grenzeloos genieten? -Rosso, Diama-

Na het regelen van alle noodzakelijke papieren kunnen we vertrekken naar Senegal. De Harmattan-wind is ondertussen opgestoken, waardoor alles en iedereen gezandstraald wordt. De lucht ziet geel van het stof en zand. Luchtspiegelingen trillen in de verte. Ezels zoeken beschutting achter huisjes van stro in verlaten uitziende dorpen. De woestijn verandert langzaam in een zanderig savannelandschap. Zandduinen zijn steeds vaker begroeid met kleine dappere Acacia’s. De militairen bij de controleposten hebben weinig zin om ons het leven zuur te maken. Zouden ze bij de grens ook zo rustig zijn? De weg leidt naar de gevreesde grensovergang bij Rosso, waar Mauritaanse douaniers het reizigers en toeristen zeer moeilijk kunnen maken. Er is een andere grensovergang, honderd kilometer van Rosso bij Diama, waar het iets ‘gemoedelijker’ schijnt te gaan. Hierheen loopt slechts een piste vanuit Rosso. Aangekomen in Rosso worden we al snel omringd door een tiental mannen, die ons uit willen leggen waar Diama is. Ze wijzen de verkeerde kant op, vermoedelijk om ons toch nog naar de douane van Rosso te loodsen. Het begin van de piste moet bij een taxistandplaats zijn, maar hoe zien taxi’s eruit in Mauritanië? Na wat heen en weer rijden vinden we de piste die langs een dijkje westwaarts loopt. Eenmaal uit Rosso rijden we door een groen landschap met akkertjes, rietkragen en bomen. Honderden vogels vliegen over ons heen. Groepen Pelikanen dobberen in meertjes langs de weg. Ondanks de onrust in onze gedachten vanwege de naderende grensovergang genieten we met volle teugen.

Een bord met daarop ‘Frontiere Senegal’ doet ons uit deze mooie dagdroom ontwaken. We halen onze papieren tevoorschijn en wachten op wat komen gaat. De douanier valt meteen met de deur in huis: ‘Ik wil 2000 Ougya (10 Euro) en dan zal ik geen problemen maken zoals in Rosso.’ We weten wat hij met deze ‘problemen’ bedoelt: uitgebreid doorzoeken van de auto en daarbij naar believen ‘cadeaus’ pakken. Met de schrik om het hart proberen we een uitweg te zoeken. ‘We hebben geen Ougya’s.’ ‘Oh, maar met Euro’s kun je ook betalen. 20 Euro wordt het dan’, zegt de douanier met een valse grijns op zijn gezicht. Wat nu...? Met veel gepraat komen we weg met 15 Euro. In het volgende kantoortje, van de politie, gaat het al niet veel beter. Ook hier laten we een aantal Euro’s achter. Tenslotte worden we naar een hokje gestuurd, waar iemand om 1000 Ougya vraagt ‘voor de kinderen van Diama’. De man blijft dreinen tot we bij de auto zijn, maar haalt uiteindelijk de slagboom omhoog. Een kleine overwinning na deze vele tegenslagen. Beteuterd rijden we Mauritanië uit en proberen ons voor te stellen hoe het er in Rosso aan toe moet gaan. Lang kunnen we niet fantaseren, want de tolbrug naar Senegal dient zich aan. Hier betalen we het vaste tarief van 10 Euro en krijgen daar zelfs een bonnetje van! Bij de douane en politie in Senegal moeten we ook betalen, maar veel minder dan in Mauritanië en in een vriendelijker sfeer. Enigszins opgelucht rijden we de schemering in op weg naar camping Zebrabar.