|
Bij het langzaam oprollen van de kabel kijkt iedereen vanaf een veilige
afstand gespannen toe. Het gaat mis, want niet de auto van de Fransen
maar de onze schuift naar voren! We laten de kabel vieren en gooien
hopen zand voor de wielen van onze auto. Tegelijkertijd verlaagt de
gids de bandenspanning van de andere auto voor meer grip. De rest van
de groep duwt de wagen van de Fransen tijdens de tweede poging. Secondenlang
gebeurt er niets, maar dan uiteindelijk toch. De auto van Robert en
Annique komt in beweging en spoedig kunnen we verder. Onkundig
als we zijn op het gebied van terreinrijden zitten we kort daarop zelf
vast! Een beetje beduusd en geschrokken staan we naast de wagen, want
wie gaat ons eruit trekken? De immer kalme gids, Ahmed, is echter helemaal
niet onder de indruk. Hij gebaart ons te wachten.
Ahmed
is een Touareg. Deze lange statige mensen met hun gitzwarte haar, donkere
ogen en huidskleur die donkerder is dan die van Arabieren maar lichter
dan die van Negers, zijn van oorsprong nomaden die leven in de Sahara.
Ze dragen lange wijde blauwe gewaden en wikkelen vaak een sjaal om het
hoofd die alleen de ogen vrij laat. Zo ook Achmed.
Met
rustige bijna zwevende tred komt hij op ons af gelopen. Een wijze nadenkende
blik in zijn ogen. Hij knielt bij de wagen neer en verlaagt onze bandenspanning
een klein beetje, stapt dan achter het stuur en na een korte uitleg
over de automatische versnellingsbak rijdt hij de wagen in de lage gearing
er zo uit. Dat is bovendien nog niet alles. Door mul zand rijdt hij
in een handomdraai een helling op!
We
pauzeren in een Touaregtent waar een vrouw dromerig en loom saharathee
schenkt. Zes kleine glazen staan op een blinkend dienblad. De nog napruttelende
thee wordt sierlijk en trefzeker in het eerste glaasje gegoten. Met
een afwezige blik giet de Touaregvrouw de thee vanuit het eerste glas
in het tweede glas. Het bruingele goedje gaat van glas in glas, in een
trage ceremonie van eindeloosheid. Vanuit het laatste glas wordt de
thee teruggegoten in de pot, die nog even terug gaat op het houtskoolvuurtje.
Een zoete geur vult de tent.
Na
de thee volgen een paar uur geconcentreerd rijden. Lage doornstruiken,
kuilen en hobbels maken het rechtuit rijden, zoals over zandvlaktes,
onmogelijk. Met zo’n 70 kilometer per uur slalommen we tussen de struiken
door op weg naar de laatste hindernis van de dag. Een zanderige en met
struiken begroeide heuvel. Tot onze spijt rijden we opnieuw vast. Weer
biedt onze gids uitkomst: de bandenspanning wordt verder verlaagd en
met speels gemak rijdt hij onze wagen weer los. We vragen hem of de
automatische versnellingsbak iets te maken kan hebben met het vastlopen
in het zand. ‘Nee’, zegt Ahmed, ‘de manier waarop u rijdt is het probleem…’
De
volgende ochtend geeft hij instructies aan het strand. De 60 kilometers
langs de zee over het strand lopen vervolgens op rolletjes. Hierna volgt
een honderdtal kilometers over zanderige piste. We zijn hier niet de
snelste maar de rest van het konvooi wacht op ons. Als in een race-game
op de computer stuiven we omgeven door stofwolken over de piste. Alles
gaat goed totdat we, verblind door stofwolken, in diepe vrachtwagensporen
terecht komen. Al snel staan we vast. Het konvooi is in geen velden
of wegen te bekennen. In de lage gearing en de achteruit versnelling
zijn we tot onze verbazing binnen no-time los. We denken nog even aan
het miniscule zandduintje bij Merzouga (Marokko) waar we voor het eerst
vastreden en halen proestend onze schouders op. We halen het konvooi
in en komen gezamenlijk aan in Nouakchott. Na drie dagen crossen door
de woestijn zijn we bedekt met lagen stof, zweet en zeezout. De combinatie
van de drie vormt een plakkerig goedje op onze huid en kleren waardoor
we hunkeren naar een douche. |