Niger  -  7 april 2003 t/m 14 april 2003

 

Heteluchtoven -route van Dosso naar Agadez-
Onderweg noordwaarts van Togo naar Niger hebben we vernomen dat er in Algerije meerdere groepen toeristen spoorloos verdwenen zijn. Juist in het gebied dat al jaren veilig leek en waar we doorheen wilden rijden. Omdat we liever niet terug willen rijden naar Togo om de auto te verschepen en ook niet terug naar Europa willen via dezelfde weg die we gekomen zijn, besluiten we te proberen om Algerije in konvooi over de hoofdweg te doorkruisen. Deze route wordt bewaakt door leger en politie en gaat ver om het probleemgebied heen. In de legendarische oude woestijnstad Agadez hopen we reizigers te treffen om samen mee door Algerije te gaan. De 1200 kilometer van Benin naar Agadez leggen we in hoog tempo af. We slapen ergens tussen de steeds spaarzamer wordende bomen en struiken. In Tahoua bekijken we de camping, maar de eigenaar maakt de wc 'schoon' met het water uit de pot zelf! Verderop buiten Tahoua vinden we een betere overnachtingsplaats, met het toilet achter het derde bosje rechts. De nabijheid van de woestijn doet zich steeds meer gelden. Overdag wervelen windhoosjes zand de lucht in en 's nachts blaast een schroeiend hete wind door de tent heen.


Sahel landschap in Niger


Akkerbouw aan de rand van de woestijn


De lucht is grauw van het zand


Welkom in Tahoua

 

Zoekt en gij zult vinden -Agadez-

In Agadez zien we tot onze tevredenheid dat er erg veel Toyota Landcruisers HJ60 rond rijden. Een voorzichtige telling leert ons dat 6 van de 10 vierwielaangedreven auto’s van dit type zijn! Dit beeld bevestigt onze keus voor deze auto. Even buiten de stad vinden we een camping. Ondanks de schrikbarend hoge prijs en belabberde kwaliteit slapen we hier, want dit is de plek om andere reizigers te treffen. Tegen de avond komt een felgeel vierwielaangedreven Volkswagenbusje de camping oprijden. Het is een Oostenrijker, Helmut, die voor een woestijntocht naar Bilma in de Teneréwoestijn was gekomen maar nu via dezelfde weg als wij door Algerije naar Tunesië wil. Hij vertelt ons dat er over een paar dagen een Duits gezelschap, twee docenten met acht studenten, komt dat met een Touareg-gids naar de grens rijdt. Hier hebben we wel oren naar. Het klikt bovendien goed met Helmut. Later voegen Jessica en Pascal, twee Belgen, zich bij het spontane konvooi.
In afwachting van de Duitsers verkennen we Agadez. We beklimmen de minaret van de Moskee die geheel uit leem is opgebouwd. Naar boven toe wordt het gangetje steeds nauwer, tot we uiteindelijk op 24 meter hoogte uit een kindhoog gat kruipen en op een plateau uitkomen vanwaar je een stoffig uitzicht hebt over de stad. Later zoeken we het eerste internetcafe van Agadez op. Een Hausa-vrouw bestiert al een tijdje een telefoonwinkeltje. Haar ondernemende jonge dochter heeft er nu een internetcafeetje van gemaakt, met maar liefst 1 computer. De kwaliteit van de verbinding is echter zeer goed, eenmaal tot stand gekomen. Met de huidige klandizie kan het wel eens uitgroeien tot een groter internetcafe.
In een Touareg-winkel kopen we tulbanden. De Touaregs gebruiken ze tegen het zonlicht, stof en uitdroging. Voor ons komen ze extra van pas omdat de zomer is begonnen in de Sahara. De Touareg-smid, Rousmane, biedt ons volgens beste Touareg traditie thee aan. Hij wil vanalles over ons en Europa weten en nodigt ons uit om bij hem en zijn familie te eten en te overnachten. Na enige twijfel accepteren we de uitnodiging. De familie heeft, zoals vele andere Touaregs, het nomadenbestaan vaarwel gezegd en leeft in een eenvoudig huis. Voor en na het eten praten we over de nadelen van het leven in het jachtige Europa. De volmaakte rust die de Touaregs zo kenmerkt, hopen we mee te nemen naar huis. Ons eerdere wantrouwen blijkt volledig onterecht. De Touaregs hebben met negatieve publiciteit te maken gehad sinds hun opstand tegen de regeringen van Niger en Mali.


Rousmane Mohammed Koumama

De rebellie is al jaren voorbij nu er akkoorden zijn met de overheden. Enkele rebellengroepjes hebben echter besloten hun strijd voort te zetten en overvallen toeristen en karavanen om aan voedsel en auto’s te komen. Maar verreweg de meeste Touaregs zijn zeer zachtaardig, vriendelijk en gastvrij!

 

Geel, blauw en een beetje groen -rit van Agadez naar Assamakka-

De kennismaking met de Duitsers verloopt zoals gehoopt. Ze hebben ons er graag bij en voor ons is hun ervaring met de woestijn meer dan welkom. De eerste 200 kilometer gaan over een asfaltweg langs het exotische Aïrgebergte. Als we Arlit gepasseerd zijn, begint de woestijn. Op ruime afstand van elkaar stuiven de wagens over de stenige bodem. Enige kilometers verder komen we in mul zand. Plotseling zien we Jessica en Pascal hard afremmen, diepe sporen in het zand achterlatend. ‘Ingezand’, denken we. Behendig sturen we rechts om hen heen terwijl we flink gas geven. De contouren van een zandduin worden zichtbaar in het donkergele waas dat ons de hele tijd omringt.


Het konvooi door Niger


Even pauze met het konvooi

Remmen heeft geen zin meer en een moment later kiezen we het luchtruim. Een paar meter verderop komen we met een smak neer. Jessica en Pascal hebben het duintje op tijd gezien, wij niet. Een aantal van onze bagagekisten is compleet kapot. De auto is er ook niet ongeschonden vanaf gekomen. Bij de achtervering is een ophangbeugel gebroken. Iedereen snelt toe om te vragen of er iets kapot is. De gids zegt dat we met aangepaste snelheid verder kunnen. Over eindeloze vlaktes ploegen we daarna door het zand. In tegenstelling tot in Mauritanië hebben we hier voortdurend problemen. Vaak wordt de motor te heet en vlak voor de middagpauze slaan de meters in het dashboard op hol door de hitte. Het hele stuk moeten we met vierwielaandrijving rijden en dan gaat het nog steeds moeizaam.


Afkoelen in de oase


In deze oase is het 48 graden onder de bomen

Tijdens de pauze in een oase kaarten we het probleem aan bij de Touareg-gids die met eenzelfde type auto, zonder de vierwielaandrijving te gebruiken, over het zand heen rijdt alsof het asfalt is! We concluderen dat zowel de automatische versnellingsbak als onze stoere banden met hun diepe profiel het rijden in mul zand bemoeilijken. Vanaf de oase tot aan de grens is het zand gelukkig veel harder en gaat het rijden beter. Tegen de schemering komen we aan in Assamakka, de grensplaats van Niger op de hoofdroute naar Algerije. Het is een zanderig en heet oord. We hebben moeite met het vinden van de kantoortjes van politie en douane tussen de hutjes en schuurtjes. De verveling is op de gezichten van de beambten af te lezen. Gelukkig worden de papieren zonder problemen ingevuld en krijgen we de benodigde stempels in onze paspoorten. Het wisselen van onze CFA’s voor Algerijnse dinars heeft aanzienlijk meer voeten in de aarde. We hebben in Togo erg veel geld opgenomen omdat er in Niger alleen in de hoofdstad misschien met de VISA kaart geld kan worden verkregen. Nu we vanwege de ontvoeringen snel door Algerije heen willen, hebben we veel te veel CFA’s over, die in Algerije niet meer gewisseld kunnen worden! Er zit niets anders op dan alle CFA’s in te wisselen voor Algerijnse dinars. Het bedrag dat we bij ons hebben is voor de bewoners van Assamakka (en Niger in het algemeen) van astronomische hoogte, waardoor we ons allesbehalve op ons gemak voelen. Een van de Touareg gidsen brengt uitkomst. Hem kunnen we zeker vertrouwen, want hij is al jaren bevriend met het Duitse docentenkoppel. Hij onderhandelt voor ons met verschillende wisselaars voor een goede koers en draagt, gezeten in onze auto zorg voor het wisselen zelf.
Het is al donker als we het niemandsland tussen Niger en Algerije inrijden. Edgar, een van de Duitse leraren, vraagt iedereen de koplampen even uit te doen. Zo kan hij de lampen van de Algerijnse grenspost beter zien. Met de lichten weer aan duiken we de duisternis in. Even komt ons konvooi nog tot stilstand als Helmut zich vastrijdt in een zandveld. De lichtpuntjes in de verte groeien gestaag en na korte tijd rijden we de binnenplaats van de Algerijnse grenspost op. Een douanier neemt alvast de paspoorten en wijst ons een plek om te slapen. ‘Morgen zijn we vanaf acht uur open’, zegt hij vriendelijk. Naast het gebouw, op een door de volle maan verlichte vlakte slaan we ons kamp op. We zijn in Algerije.
 

Home Marokko Mauritanië Senegal Mali Burkina Faso Ghana Togo Benin Niger Algerije Tunesië