Home Marokko Mauritanië Senegal Mali Burkina Faso Ghana Togo Benin Niger Algerije Tunesië

 

 

Senegal  -  16 december 2002 t/m 4 januari 2003

 

Welkom -St. Louis-

Het hele gebeuren aan de grens bij Diama heeft ons flink moe gemaakt. Desondanks rijden we nog even door, want de Zebrabar is niet ver meer. Het moet een prachtige camping zijn en we hebben er met andere overlanders afgesproken. Kort voor St. Louis worden we door agenten staande gehouden. ‘Papieren!’, brult een van de twee. Dit moeten de beruchte Senegalese politieagenten zijn, maar waarom nu? Ogenschijnlijk geduldig geven we de paspoorten, internationale rijbewijzen en het Carnet de Passage (grensdocument voor auto's en motoren). De agent bladert alles door en kan alleen concluderen dat alles goed is ingevuld en afgestempeld. Dat doet hij niet. ‘Le Passe Avance!’, schalt het door de


Koeien op de weg


Rieten hutjes

auto. We zeggen dit niet te hebben maar wel het Carnet, waarop de agent in onze oren buldert dat het verplicht is voor de auto, ook als we al een Carnet hebben. ‘You don’t speak French?!? 15 Euro and you can pass’, verandert hij van strategie. In een helder ogenblik bieden we aan om terug naar de grens te rijden. ‘Oh no, but you are tired and want to go to your hotel. No need to go to the border’, klinkt het vriendelijk. Een kort moment van verbazing voordat we beseffen dat we kunnen winnen. ‘Just pay and you can go.’ Nogmaals zeggen we dat we wel terug willen rijden, ondertussen de auto startend. Dit geeft de doorslag: driftig gebaart de man dat we door kunnen rijden. Vlak na St. Louis staat een andere agent. ‘Niet weer’, denken we. Opnieuw moeten we de hele papierwinkel laten zien. Gelukkig is deze agent nergens op uit. Doodmoe arriveren we na een klein stukje rijden bij de Zebrabar.

 

Ongetemde natuur -Niokolo Koba-

Tijdens ons verblijf in de Zebrabar lachen we met andere reizigers om de Mauritaanse douaniers. Iedereen heeft eigen problemen met deze corrupte mensen gehad en eigen oplossingen hiervoor bedacht. Onder grote hilariteit worden ervaringen uitgewisseld. Na een paar dagen bijkomen van de woestijn is het tijd om te vertrekken. De hoofdstad Dakar aan de kust is een moderne grote stad die zeer uiteenlopende reacties krijgt. Wij mijden de steden liever en gaan rechtstreeks naar nationaal park Niokolo Koba dat bekend staat om zijn rijke vegetatie. Reeds tientallen kilometers voor het park zien we aan weerszijden van de weg bosbranden. Hopelijk is het park onbeschadigd gebleven. Bij de ingang van het park ziet het er goed uit. Mooie dichte begroeiing en nergens tekenen van brand. Ook als we het ticket betalen wordt er niet gerept over bosbrand. ‘Dan zal het wel goed zitten’, denken we. Een verkeerde veronderstelling.
Na enkele dagen rijden hebben we een idee van de omvang van de schade. Meer dan de helft van de onderbegroeiing van het park is weggebrand, bomen zijn zwartgeblakerd of liggen te smeulen op de grond. De hitte heeft de bladeren verschrompeld. Op een nagenoeg kale vlakte likken vlammetjes de stam van een eenzame boom. De volgende dag ligt ook die om. We zien vluchtende groepen apen. Reeën en gazellen stappen onzeker rond bij gebrek aan beschutting. Een familie wilde zwijnen kijkt ons met opgeheven hoofd gealarmeerd aan voordat ze met hun konten onze richting indraaien en met een waggeldrafje tussen de bomen verdwijnen. Alleen de jonge krokodillen die luieren op de oevers storen zich nergens aan.
Hier geen grootschalige blusoperaties; geen brandweer of blushelikopters. Aan de andere zijde van het park stijgen rookpluimen op; de vernietiging gaat gestaag door. Het desastreuze effect van de brand heeft iets imponerends maar het zien van de enorme schade bezorgt ons een triest gevoel.


Deze boom brandt langzaam.....


om


De piste als brandbarrière

 

Stille nacht, savanne nacht -Niokolo Koba-

Op zoek naar een overnachtingplaats worden we spontaan door de legerleiding van een controlepost uitgenodigd om bij hen te overnachten. Die avond zitten we gezellig rond een kampvuur te kletsen als een van de mannen opstaat, snel zijn spullen bij elkaar raapt en ons mededeelt dat hij zo opgepikt wordt om naar huis te gaan. ‘Die viert morgen kerst, hij is de enige Christen onder ons’, verklaart een van de anderen. Kerst! Dat is waar ook! We hadden er beiden niet meer bij stilgestaan sinds Mauritanië. Er is niets dat ons er op wijst in deze Islamitische samenleving. Met ruim 35 graden en winkels en banken open passeert de kerst dan ook alsof ze niet bestaat. Ergens, in enkele huisjes, viert de christelijke bevolking van Senegal in besloten kring kerst. We missen de verlichte bomen in de straten van koud Nederland, het lekkere eten, het familiair samenzijn en de tot in den treure herhaalde kerstliedjes op de radio waar we ieder jaar opnieuw gek van worden. We lopen er wat verloren bij. Een bezoekje aan het internetcafé doet ons weer opfleuren. Al die mensen die aan ons gedacht hebben en leuke, lieve en ontroerende berichtjes hebben gestuurd. Ze hebben ons een hart onder de riem gestoken en ons toch nog een beetje een kerstgevoel weten te bezorgen.

 

Een auto met daktent: wat een luxe! -piste tussen Tambacounda, Ranérou en Matam-

Doordat het park Niokolo Koba zo is tegen gevallen, zijn we er minder lang gebleven dan verwacht. Ons Malivisum is nog niet geldig en daarom besluiten we een piste te nemen door de binnenlanden van Senegal om uit te komen bij de Senegal rivier, in de hoop dat er meer afwisseling in het landschap komt. In het slaperige stadje Tambacounda slaan we voorraden in voor de tocht. Op het brood na vinden we alles wat we nodig hebben. Zonder brood rijden we de wildernis in; we kunnen net zo goed ontbijten van het eten dat 's avonds over blijft, zoals de Afrikanen het ook doen. Eenmaal uit Tambacounda wordt het beeld beheerst door het landschap dat we al vanaf St. Louis zien: geel gras, doornstruiken, kleine bomen en baobabs. Deze knokige bomen kunnen een enorme omvang bereiken waardoor ze beschutting bieden en hierdoor uitstekend geschikt zijn als overnachtingplaats.


Op veel plaatsen is de weg beschadigd


Baobab in de savanne


Doordat het in deze regio droog is, zien we alleen bladloze maar nog altijd vruchtdragende exemplaren. De kale grillig vertakkende stammen met stompe uiteinden geven de bomen een spookachtig uiterlijk in de avondgloed van de ondergaande zon.
Voor de plaatselijke bevolking zijn de bomen waardevol. De baobabs vermolmen van binnenuit zodat er holtes ontstaan waarin lang na het regenseizoen nog water te vinden is. Bovendien zijn de ovaalronde vruchten, ter grootte van flinke citroenen, eetbaar en dragen de bomen bij in de houtvoorziening. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de baobabs in lokale rituelen vereerd worden.
Door dit typische Sahel landschap met zijn heilige baobabs rijden we over kleine pistes die ons soms dwars door dorpjes heen voeren. Sommigen zijn zo klein (10-15 hutjes) dat we van de piste af om het hele dorpje heen sturen. Als het echt niet anders kan, rijden we er stapvoets doorheen. We voelen ons indringers als we met onze auto het eenvoudige leven van de bewoners binnen rijden.


Gespleten Baobab


Overal zien we rook van bosbrandjes


Geen electriciteit, geen telefoon, paard en wagen in plaats van auto’s en hard werken bij de waterput voor een emmer water. De dorpelingen denken er heel anders over: enthousiast zwaaiende volwassenen en kinderen die naast onze wagen rennen om ons handjes te geven. Een van de kinderen voelt voorzichtig aan Marre’s haar als we uitstappen om een moeilijke passage te bekijken. Het is duidelijk dat hier zelden tot nooit blanken komen. Enkele dagen lang rijden we over smalle pistes door deze eindeloze doornstruikensavanne.
’s Nachts klinkt het hysterische gejank van jakhalzen. Voetstappen rondom de auto. Met ingehouden adem en gespitste oren liggen we in de tent. Vervolgens het geruststellende gebries van ezels. De natuur dicteert ons levensritme. Twee uur voor het donker zoeken we een baobab boom, koken ons maal van rijst of macaroni met tomatensaus en om zeven uur gaan we de tent in. ’s Ochtends eten we (zoals de Afrikanen) wat er over is van de vorige avond. Oud en Nieuw vieren we slapend. De pittoreske plaatjes langs de Senegal rivier waar we op gehoopt hadden blijven jammerlijk uit omdat de weg er te ver vanaf ligt. Mali kunnen we inmiddels wel in zodat we Senegal kunnen verlaten.